De oude man komt voor de val

Wat zijn de overeenkomsten tussen Oostenrijk-Hongarije, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten? Ze werden voor hun val alle drie geleid door oude mannen.

Je zou zeggen dat de opvolger van het machtige Habsburgse Rijk verslagen is door kwade krachten van buitenaf. De Oostenrijkers raakten tijdens de Eerste Wereldoorlog immers slaags met Rusland. Maar het grootste probleem was niet dat Russen op Oostenrijkers schoten. Dat waren de vele volkeren in het rijk, die eigenlijk een winkeltje voor zichzelf wilden beginnen. Zij veroorzaakten een diepe verrotting, waardoor als je een tikje tegen het Rijk gaf, het in stukjes uiteen viel. Het gebrek aan loyaliteit aan Wenen was naar het schijnt zo erg dat soldaten overliepen naar de Russische partij.  

Het zwanenmeer

We kennen dit beeld van desintegratie beter van een recent voorbeeld; het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Na de val van de muur besloot het ene na het andere land alleen verder te gaan. De onenigheid binnen het Sovjetbestuur was in die jaren zo groot, dat zelfs toen de coup van Jeltsin plaatsvond er niets gebeurde. Svetlana Alexijevits memoreert in haar boek ‘Het einde van de rode mens’ hoe de staats tv ‘het zwanenmeer’ van Tsjaikovski in een loop afspeelde. Een invloedrijke generaal verhing zich. Een wereldrijk ging ten onder en niemand die wat deed.

Seniele oude man

Beide landsbesturen werden in de laatste jaren gedomineerd door grijze, oude mannen. Joseph Roth maakt in zijn befaamde boek ‘Radetzkymars’ keizer Franz Joseph belachelijk door hem af te schilderen als een seniele oude man. Hij komt er over als iemand die eigenlijk nauwelijks nog doorheeft dat hij bestaat, een beeld dat ik niet meer van mijn netvlies krijg. De link met het presidium van de Sovjet-Unie is snel gelegd, ook daar was het grijs dat de klok sloeg. De ene na de andere tussenpaus volgde elkaar in de jaren ’80 op en stierf. Alleen Gorbatsjov was van middelbare leeftijd, maar tegen de tijd dat hij wat mocht doen, erfde hij een bouwwerk dat alleen nog instorten kon.

Implosie

Nu lijkt het volgende wereldrijk aan de beurt. In de Verenigde Staten streden tijdens de vorige verkiezingen twee bejaarde mannen om de macht. Ik vind het een treurig beeld om president Biden te zien lopen naar zijn spreekgestoelte. Ook hier bekruipt me het gevoel dat je naar de paus kijkt, in plaats van naar een wereldleider van een machtig land. Zijn Verenigde Staten scheppen graag het beeld dat China hun grootste bedreiging is en halen halsbrekende toeren uit om het tij te keren. De coup die hun vorige president begin 2021 probeerde te plegen, zegt wat anders. En ook de reacties op de inval in Trump’s huis voorspellen weinig goeds.

We kijken naar een wereldmacht onder druk, alleen komt die druk niet van buitenaf, maar net als bij de andere twee, van binnenuit. Het tij keren gaat dan ook niet over de concurrentie met China, die ze vroeg of laat verliezen, maar over het voorkomen van een burgeroorlog of een implosie. En er lijkt geen seniele oude man die daar iets aan verandert.

Koude douche voor huurders

‘Ze wisten het al tijden’, zei de elektricien terwijl hij in de meterkast rommelde, ‘maar ze hebben het er gewoon op aan laten komen’. Verbijsterd keek ik naar de jongen en herinnerde me de reactie van de planner van zijn bedrijf aan de telefoon: ‘ze komen nu allemaal tegelijk’. De jonge elektricien stelde vast dat zij de rommel nu mochten opruimen, ondanks het gebrek aan personeel en de naderende bouwvak: ‘Wie dan nog niet aan de beurt is geweest heeft een probleem’.

Ik begreep al snel dat ik naar een bijzonder staaltje van verhuurdersarrogantie keek. Wat was het geval? Stedin, de netbeheerder in Gouda en omstreken, had al lang geleden aangegeven dat ze het zogenoemde TF-signaal gingen uitzetten. De elektrische boilers in appartementengebouwen kregen tot voorkort elke dag om 23u dit signaal, waarop ze met nachtstroom het reservoir vulden. Een prima concept, maar begrijpelijkerwijs een beetje achterhaald, in tijden van slimme meters. Zo gauw het TF-signaal begin juli wegviel, hielden alle meterkasten die nog niet waren omgebouwd subiet op de boiler te verwarmen. Kortom, de hele flat had geen warm water meer. En niet alleen onze flat, wist de electricien: ‘Ook bij woningbouwverenigingen en in Zoetermeer is het gebeurd’.

Online vond ik een artikel van de netbeheerder dat zij dit een jaar geleden al wilden doen, per 1 juli 2021. De gebouwbeheerders blijken dus rustig te hebben afgewacht tot de pleuris uitbrak, waarop ze, op verzoek van de huurders, massaal de elektricien inschakelden. Daardoor duurde het een week voordat die tijd hadden om langs te komen. Je zou het een milde vorm van nalatigheid kunnen noemen. Van de huurders in het gebouw hebben ze weinig te duchten; die zijn zo slecht verenigd dat niemand op het idee zal komen ze een zaak aan te hangen. Even voelde ik sympathie met de vakbonden die recent bij Amazon zijn opgericht.

Het is trouwens nog niet eenvoudig om iemand als schuldige aan te wijzen. Rond ons gebouw is een soort heilige drie-eenheid ontstaan. Het pand blijkt in bezit te zijn van een VVE, die hem laat beheren door een beheersmaatschappij. Bij navraag blijkt die VVE echter te worden geleid door diezelfde beheerder. Afdeling broekzak, vestzak dus. De derde partij is de makelaar, die de huren int en contracten afsluit. De nieuwe rookmelders in woningen (verplicht per 1 juli) worden ook door hen afgehandeld. Waarschijnlijk omdat dat in de woningen zelf plaatsvindt. Als er iets aan het gebouw gebeuren moet blijft de beheerder het aanspreekpunt.

En dus was het diezelfde beheerder die ik laatst aansprak in een ander staaltje van huurdersonmacht; over de rookmelders in het gebouw. In de kelder en in het trappenhuis hangen er talloze. Alleen piepen ze massaal. De batterijen zijn leeg en niemand maakt aanstalten daar wat aan te doen. En dat al vier maanden. Telefoontjes, mailtjes, mailtjes met uiterste data; er gebeurt helemaal niets. ODMH is zo vriendelijk om langs te komen, maar weet niet of ze er wat aan kunnen doen. De melders zijn immers niet verplicht. Dat er een paar jaar geleden brand is geweest in de tegenovergelegen kelder verandert daar niets aan. Het blije mailtje van de makelaar dat ze melders gaan ophangen in de appartementen blijkt irrelevant. Die heb ik namelijk al en zij gaan dus niet over het onderhoud aan het gebouw.

De electricien had beter nieuws: ‘Je hebt snel weer warm water’. De boiler zou zich straks met nachtstroom opnieuw vullen. Gasloos, in daluren en dus eigenlijk helemaal klaar voor de toekomst, stelde ik tevreden vast. Nu alleen nog wat zonnepanelen op het immense dak voor de stroom. Ik durf het niet te vragen.

Een revolutie

Revolutie

Ons consumptiepatroon moet anders. Voor de verduurzaming van de wereld wordt te veel gekeken naar uitstoot en te weinig naar consumptie. Dat schrijft de Volkskrant vandaag in een interview met DenkWerk, een club van invloedrijke bestuurders uit de zakenwereld.

Niemand is verrast als de heren (en dames?) vertellen dat het weinig zin heeft om windmolenparken aan te leggen en met elektrische auto’s te rijden, terwijl de consument zijn kleding bij Primark koopt en na drie keer dragen weggooit. De vervuiling exporteren we namelijk simpelweg naar India, waar al dat wegwerpgoed gemaakt wordt. Waar het leidt tot vieze rivieren, mistige lucht en mensonterende arbeidsomstandigheden. We hebben dus op meer vlakken dan alleen de landelijke uitstoot een verandering nodig in ons systeem.

Vernieuwing

Wat zij er niet bij zeggen is wat er echt nodig is voor verandering. We zitten immers op zijn kop in datzelfde systeem, dat draait op consumeren en wegwerpen. Het loont de moeite om eens te kijken naar hoe zo’n systeemverandering in het verleden werkte. Dit liet dezelfde Volkskrant laatst mooi zien in een verhaal over een aantal klassieke filosofen. Friedrich Nietzsche waarschuwde volgens hen juist voor de destructieve kracht van continue veranderingsdrift (‘nu nog beter!’). Hij stelde dat een maatschappelijk systeem altijd geneigd is om mensen eerst om te krijgen naar een nieuwe maatschappelijke orde, om hen vervolgens in slaap te sussen. Dit deed de kerk uitmuntend, nadat het in de 6e eeuw na Christus haar macht vestigde. Wat volgde was ‘the dark age’, een periode van eeuwen waarin het volk eronder werd gehouden door onthouding van kennis. Een cultureel, maatschappelijk vacuum, waarin alleen een selecte groep kerkelijke geleerden toegang tot kennis had.

Einde ‘Dark Age’

Uit een grafiek over het aantal publicaties in Europa blijkt dat pas sinds de 12e eeuw langzaam meer kennis werd verspreid. Grappig genoeg stamt het concept ‘Dark Age’ dan ook uit die tijd, van de Toscaanse schrijver Petrarch (1330 NChr.). De genadeklap zou veel later volgen, in de 18e eeuw, toen een groep intellectuelen onder leiding van Denis Diderot met de allereerste encyclopedie kwam. De kennis, die in 25 jaar tijd was samengebracht, zou een belangrijke rol spelen bij de Verlichting. Een slotstuk dus op veel meer wetenschappelijke publicaties, die de eenzijdige waarheid en werkelijkheid van de kerk langzaam doorbraken. Eeuwen waren er toen al nodig geweest om hun macht te breken.

Consumentisme

Vandaag is het gebruikte wapen geen onthouding van kennis, maar consumentisme. Om dit te keren hebben we vernieuwing nodig. Nietzsche waarschuwt dat het nieuwe ‘onder alle omstandigheden het kwaad [is], want het wil veroveren, de oude grenspalen omverwerpen en de oude gevoelens van piëteit schenden’. Maar hij zag ook dat ‘de sterkste en meest boosaardige geesten’ degenen waren die de mensheid het verste vooruit hebben gebracht. ‘Want zij brachten de ingeslapen hartstochten weer tot ontbranding’. In zekere zin hebben complotdenkers wel een punt dus, als ze stellen dat een elite hen eronder wil houden. Alleen zijn het niet George Soros of chemtrails die daar achter zitten. Wel is er een belang vanuit de (politieke) elite om het huidige systeem in het zadel te houden en die voorkomt dat er werkelijk wat verandert. Wat we nodig hebben is niet dat deze groep bestuurders langzaam aan wat knoppen draait. Dat mannen in pakken naar grafieken wijzen waarop de Co2 uitstoot langzaam daalt. We hebben deze mensen helemaal niet nodig, net zoals de wetenschap de kerk ook niet nodig had om hen omver te werpen. Wat we nodig hebben is radicale vernieuwing van de mensen die weten hoe het wel moet. Wat we nodig hebben is hun visionaire revolutie!

Leerzame uurtjes bij Weleda


Zelfs een tuin van Eden loop je voorbij, als je niet weet dat hij er is. Op persoonlijke uitnodiging van Jan Graafland mochten Hedwig en ik vandaag op bezoek bij de Weledatuin in Zoetermeer. Het was ons een eer, want we konden rekenen op een persoonlijke rondleiding van de hoofdtuinier zelf.

De omgeving van de tuin blijkt vrij onherbergzaam. Niet omdat we ons in de Alpen begeven boven de 3000 meter, maar vanwege het bedrijventerrein, de windmolens en wegen die er omheen liggen. Maar eenmaal gezeten aan mijn favoriete Verveinethee, vers uit de tuin, is dat snel vergeten. Jan warmt op voor een lesje plantopbouw, aan de hand van een stengel van de Goudsbloem die tegen het terras groeit. De onderste bladen, doceert Jan, zijn wat ronder, meer naar boven worden ze kleiner, maar ook smaller. Dat gaat door tot ze zo klein zijn dat ze de grootte worden van de bloemkroon. Je ziet er al wat van de kleur in terug van de bloem. De blaadjes die de bloem vormen hebben dezelfde vorm, maar zijn oranje. Dit alles mondt uit in de stuifmeeldraden, althans zo heb ik het als leek begrepen.

Maretak

Dan gaat de tuinman op de klompen en met karakteristieke strohoed op het hoofd ons voor de tuin in. We staan stil voor een appelboom, zo dood als een pier, maar bedekt door een verse laag groen. Hoe? De Maretak!
De besjes die de Maretak produceert kun je op de tak van een appelboom drukken en met wat geluk van de natuur ontspruit hieruit nieuw leven. De Maretak parasiteert op de appelboom, werkt zijn wortel in de stam of tak van de boom. Een appelboom kan er gerust 75 jaar oud mee worden, aldus Jan. Deze appelboom was inmiddels vrijwel afgestorven en dat vormt ook voor de Maretak een gevaar want; sterft de boom, dan sterft de parasiet ook.

Vooruit gaat het, langs de prachtige houten kas, waar ik even het ventilatiesysteem moet bewonderen, twee schuiven in de nok die in de lengterichting open kunnen. Op de composthoop ernaast schieten net een ris plantjes uit de nachtschadefamilie in bloei. Jan ondervond dat deze het fijn vonden op materiaal dat zich in de laatste fase bevond van compostering. De bloemen kunnen op hun beurt weer worden weer gebruikt voor Weledaproducten. Op deze locatie worden planten overigens vooral voor medicinaal gebruik geteeld.

Productiegronden

Naast de soorten die verspreid in de tuin groeien, zijn er eigenlijk twee strak georganiseerde productiegronden. Langs de kant waar wij net onwetend langs zijn gewandeld, vanaf het station, groeien bijvoorbeeld Goudsbloemen, Ezelsdistel en een fijn, bitter disteltje, waarvan ik de naam ben vergeten, maar die me in de mond bijblijft tot aan het einde van de rondleiding. Verderop, helemaal aan de andere kant van het herkenbare, antroposofische gebouw, ligt een lager gelegen grond. Het mooiste zijn hier de Wikke en Winterrogge. Als je de zaden in water toevoegt mengen ze zich prachtig onder elkaar, vertelde Jan al eens. Een zadenmengsel dat je zo gemengd, breed kunt uitzaaien. De rogge is stevig en biedt steun aan de Wikke, die zich langs de stengels omhoog werkt. Het wemelt er van de hommels en bijen, ik wil dit volgend jaar ook, merk ik.

Opmerkelijk hier is de kleibodem. Die lijkt van bovenaf droog als kurk en hard als steen, maar, zo laat Jan zien als hij een stukje met de hand graaft, niets is minder waar. Al binnen 10cm voelt de grond vochtig aan. De tuinier heeft het stuk dan ook niet bewaterd. Een openbaring, vergeleken bij de uitdrogende grond van onze eigen Warmoezerij.

Kijkje in de keuken


Tot slot krijgen we een kijkje in de keuken van Weleda. Waar worden de gezondheidsproducten gemaakt? Er is nauwkeurige controle op de kwaliteit. Zo is er een apparaat dat de vochtigheid meet van geplukte bloemen of blad. Met die gegevens weet de apotheker, die twee etages hoger zit, precies hoeveel hij van welke stof moet bijmengen voor het gewenste resultaat. Het kantoortje waar Jan dergelijke administratie bijhoudt is herkenbaar voor iedere ex- vrije school leerling (en voor mensen die weleens daten met vrije school docenten, ik noem geen namen). Prachtige deterministische platen aan de muren, foto’s, tekeningen, een klomp als pennenbakje; het is een vrolijke boel. Met goede gesprekken erbij hebben we drie uur van zijn tijd gesnoept. Een leuk onderhoud en een waar genoegen. Met moeite trekken we ons van de beider nieuwsgierigheid los en vertrekken vol inspiratie weer naar het Goudse. Op de terugweg zien we de tuin wel; zelfs een tuin van Eden loop je voorbij, als je niet weet dat hij er is.  

Gelukkige lockdown

Vandaag is het dan eindelijk officieel zo ver, de lockdown is afgesloten. In Gouda prikten we meer dan 1200 mensen, een redelijk daggemiddelde voor onze vestiging. Breder gezien is Nederland heel aardig onderweg met de vaccinatie, dus we kunnen voor het eerst sinds maart 2020 weer langzaam los. Hoe is dat? En hoe was die tijd in lockdown eigenlijk?

Ik had de luxe dat het vorige week vrijdag eigenlijk al zover voelde; op de eerste zomeravond sloot ik symbolisch de lockdown af en begon aan de zomer. Decor was het strandje bij de surfplas (Reeuwijk). Te midden van een beperkt groepje lieve mensen vierde ik een verjaardag, zwommen we in de plas en ontmoette zelfs iemand. De dag erna verruilde ik het decor voor een fietstocht naar Rotterdam, gevolgd door mooie vintage aankopen (want de winkels waren weer eens helemaal open) en een smakelijk, gezamenlijk wit wijntje aan een zonnige Rotte. Een dikke vette punt dus, achter die coronatijd.

Warmoezerij

Dat is weleens anders geweest. De eerste week was de heftigste en bracht ik in een vorm van ontreddering iedere dag door op de Warmoezerij, die net een uitbreiding had ondergaan. Die tuin bleef tot het einde van de zomer mijn belangrijkste leidraad. Op veilige afstand werkte ik er samen met een klein groepje vrijwilligers aan wat nu de extended Warmoezerij mag heten, inclusief boomgaard, kas en rotstuin. Aan het einde van het seizoen hadden we zo’n 15 actieve vrijwilligers verzameld en soms stonden de tranen me in de ogen, als ik zag wat we onder mijn leiding in 2020 hadden opgebouwd. Sociaal gezien vond ik het leven vorig jaar wel prima, ik ging toch al niet naar feestjes en zelden naar de kroeg of het restaurant. Het enige waar ik om gaf was dat de musea open bleven.

Wendingen

In de zomer nam mijn leven een wending, toen ik Natasja leerde kennen. De kanotripjes die we in augustus en september op de plassen deden waren onvergetelijk. De vrijheid was ongekend. In de zomer was de hele boel, zoals iedereen wel weet, aardig geopend. Gelukkig maar, want tijdens mijn weekend op Ameland, eind augustus, had ik het cafe hard nodig als schuilplaats tegen de regen. Een mooi weekend wel, dat ik toch maar weer alleen deed, want dat beviel me het beste. Toen kwam voor mij de klap, een lange herfst waarin ook nog eens mijn nabije steunpilaar wegviel. De herfstregens voelden donkerder dan ooit. Zwemmen werd tot mijn lifeline, opgevolgd door schaatsen vanaf half oktober. Toch waren er lichtpuntjes. In november kreeg ik een intercedent toegewezen vanuit de gemeente, iemand van Tempo Team die me goed wist te motiveren bij het vinden van meer werk (= uit de bijstand). Zo sleurde ik mezelf richting de winter. Het licht van mijn leven stond weggedrukt onder een flinke dimmer.

De avondklok

Dat was, tot de avondklok van start ging, in januari. Al de eerste avond ging ik naar buiten en ervaarde iets unieks. Zo uniek dat ik besloot dat we er een film van moesten maken. De rest is geschiedenis. Anderhalve week later ontmoette ik Hielkje bij het zwemmen. Twee weken daarna begon ik met mijn bijbaan op de vaccinatielocatie. Dezelfde levenslamp stond in een klap in lichterlaaie! Het was zelfs zo gek dat ik op een en dezelfde dag begon met mijn werk op de priklocatie en begon met de eerste keer filmen voor ‘Mensen maken de stad’. Om 10 uur ’s avonds reden we droogjes met een bakfiets en filmgear door het centrum. Ik wist dat het manisch was, maar het moest nu gebeuren, want uitstel zou afstel zijn. Tegelijk probeerde ik zoveel mogelijk te genieten. En hoorde ik mensen en de maatschappij klagen over verveling en gebrek aan sociale contacten.

Kansen

De lockdown-coronatijd bood mij de mooiste kansen van de afgelopen jaren. De tuin voer er wel bij, want waar veel ander vrijwilligerswerk moest sluiten vanwege corona, werden wij juist een veilige tijdsbesteding buiten. Ik ontmoette Hielkje omdat ze een alternatief zocht voor acroyoga, wat winterzwemmen werd, dankzij corona dus. Ik maakte een korte film dankzij de avondklok, dankzij corona dus. Ik begon op de vaccinatielocatie dankzij corona. Oh en ik schreef mijn eerste gezamenlijke poëzieregels (via whatsapp) dankzij corona; aangezien ik tezamen met mijn vriendinnetje in quarantaine moest. Dus ja, ik kan wel zeggen dat ik veel te danken heb aan het virus.  

Fomo

En de rust, de rust vond ik maar wat fijn. De rollen waren omgekeerd, ik had ineens meer te doen dan de mensen die normaal gesproken veel op terrasjes en in restaurants rondhangen. Het fomo, (fear of missing out) dat ik, ongeacht of het terecht was, vanuit minderwaardige gevoelens vaak ervoer, was ineens weg. Je zou kunnen zeggen; de maatschappij was even een ruim jaar níet manisch blij aan het doen. Bij het aanzien van de heropening krijg ik vooral het verlangen om me terug te trekken en op te sluiten in de dichtstbijzijnde grot. Mij te verplaatsen in een tiny house op Terschelling en pas terug te komen wanneer de sneeuw valt. Een tentje op te slaan op de Pietersberg en van daar een paar maanden de herderskudde in de gaten te houden en een boek te schrijven. Ik wens dat fomo iets blijft van voor de lockdown en dat de kansen net als afgelopen anderhalf jaar op mijn pad blijven komen. Niettemin wens ik ieder ander een hele fijne, sociale zomer toe!

Turfmarktkerk: de paalrot te lijf

Jarenlang was de fundering van de rechtstaat in het Goudse onderhevig aan een vorm van paalrot. Aan de Turfmarkt leek zij een verbinding aan te gaan met de paalrot die onder de Goudse woningen zo welig tiert. Om deze oude houten palen te redden gebruiken heelmeesters een slimme methode; men zaagt de rotte kop van de paal en plaatst daar een betonnen kop overheen. De rest van de paal blijft in het vervolg keurig onder water staan en zal in theorie niet verder rotten. Paal gered, fundering hersteld. Aan de Turfmarkt werd dit werk mogelijk gemaakt door een wel heel onverschrokken ‘heelmeester’.

Reconstructie

Het verhaal begon voor mij een kleine twee jaar geleden. De eigenaar van de voormalige Turfmarktkerk publiceerde een reconstructie van 170 pagina’s over de (vermeende) onterechte sloop van zijn kerkgebouw. Tot mijn schrik merkte ik dat mijn vertrouwen in onze lokale overheid binnen twee dagen 180 graden was gekanteld. Dit zag ik bevestigd wanneer ik met kennissen sprak over het onderwerp, die niet hetzelfde inzicht hadden doorgemaakt. Mijn betoog stuitte telkens op een soort muur van ongeloof. Ik bleek ongewild een slotgracht om me heen te hebben geslagen en begaf me onder de beperkte groep Gouwenaars die in deze zaak waren verdiept.

In de reconstructie volgde een onnavolgbaar web van bestuurlijke zetten elkaar op. De complexiteit was duizelingwekkend en de tang waarin de eigenaar genomen leek, bizar. Resultaat van de zaak was dat de gemeente de kerk onder dwang had gesloopt, omdat zij oordeelde dat er instortingsgevaar was. Zij stuurde de rekening van ruim 5 ton naar de eigenaar. Alles aan de zaak riekte naar verderf. Om mijn vertrouwen in de instituties nog wat verder te ondergraven bleven de coalitiefracties in de Goudse raad onverzettelijk om hun wethouder heen staan. Een oproep tot een raadsenquete van de voltallige oppositie werd verijdeld.

Machtsmisbruik

Vraag een willekeurige advocaat of hij een burger aanraadt zo’n strijd met de overheid aan te gaan en de rillingen lopen hem over de rug. De overheid heeft tijd genoeg, kan op alle mogelijke manieren de wet manipuleren en heeft diepe zakken, als het tot een rechtszaak komt. De eigenaar van de Turfmarktkerk loochende dit beeld en ging de strijd aan, vermoedelijk tot verbazing van het Goudse College. Toen onze wethouder Thierry van Vugt, die hoofdverantwoordelijk is voor de sloop van de kerk, eind 2018 aan Omroep West vertelde over de bestuursdwang speelde er nog een onhebbelijk glimlachje om de lippen. Detournement de pouvoir, machtsmisbruik, was wat daaruit sprak. Van dat lachje is anno 2021 niets meer vernomen.

StAB

Begin vorig jaar bracht de eigenaar het dossier namelijk naar de Haagse Rechtbank, niet van plan op te draaien voor de 5 ton sloopkosten. Vanwege corona stelde de rechter aanvankelijk voor om de zaak op afstand af te handelen. Toen de kerkeigenaar aandrong op het gewicht van de zaak kwam zij tot een ander inzicht en vroeg een onafhankelijk onderzoek aan bij het StAB. Ik vond uit dat zij dé expert in omgevingsrecht zijn en louter en alleen werken in opdracht van een rechtbank. Ik herinner me hoe opgetogen ik was met dat nieuws, zou nu de waarheid boven tafel komen? Eind november kwam het oordeel en inderdaad trok zij de bewijslast voor de sloop van de kerk finaal uit elkaar; Er was eind 2018 geen bewijs van instortingsgevaar.

Tegenargumenten

Het advies maakte een cynische stroom aan tegenreacties los bij de gemeente. Van ons belastinggeld huurde zij schaamteloos een hele ris dure experts in, die de conclusies van het StAB moesten ondergraven. De zienswijze op het rapport omvatte 30 kantjes aan deze zwartmakerij. En ook tussen de zienswijze en de behandeling in de rechtbank ging het College door. Zo probeerde zij bijvoorbeeld hun argument te onderbouwen dat het ten tijde van de sloop hard zou gaan waaien, een risico voor de instabiele kerk. Maar in plaats van de windmeter op het eigen gemeentehuis te gebruiken, koos zij een meter in Cabauw, in de polder twintig kilometer verderop. Die sloeg namelijk wel voldoende uit.

Dankbaar

Het was tekenend voor de paniek op het Huis van de Stad. Deze week volgde de rechter dan ook het advies op van het StAB en hakte de rottende paalkop genadeloos af. Het voelde voor mij als een enorme opluchting; Eindelijk werd er recht gedaan. Maar ik realiseerde me ook dat we als Gouwenaars de eigenaar wel dankbaar mogen zijn. Zonder zijn doorzettingsvermogen en lef was de uitspraak niet mogelijk geweest, met als gevolg dat de geur van verrotting ellenlang op de Turfmarkt was blijven hangen. Het is nu aan de raad om te bepalen of voor een stabiele paalfundering ook fysiek koppen moeten rollen, van de betrokken wethouders. De uitspraak gaf namelijk een flinke verlichting voor mijn rechtsgevoel, maar de klus is nog niet geklaard. Daarom wens ik de raadsleden veel wijsheid toe.

Vroeg bezoek

Vandaag in deel III van onze korte filmblog: Vroeg bezoek

Mensen maken de stad. Dat is natuurlijk een film over de avondklok, maar vooral ook over dat wat er ontbreekt; mensen. Daarom besloten Hedwig en ik al snel dat we onze korte film licht wilden eindigen. Met die mensen dus. Die zich klaar maken om naar buiten te gaan, naar die wereld die plots weer open ligt. Waarin je weer ongebreideld anderen mag ontmoeten, mondkapjes verleden tijd zijn (?) en festiviteiten weer aan de orde van de dag.

Vroeg bezoek


Eigenlijk vroegen we hiervoor een groepje mensen, die allen hun deur uitstapten. Een creatieve montage deed dan de rest. Maar het was nog niet makkelijk om mensen zover te krijgen op zondagochtend, bij zonsopkomst (op dat moment rond half 8), ervan te overtuigen om te figureren. Alleen de echte ‘die hards’ bleven over, vrienden van Hedwig aan de Hoge Gouwe. Ook voor ondergetekende was het een uitdaging. Na drie ‘eerste werkdagen’, plus filmavonden, nu ook op zondag vroeg opstaan; dat ging me niet in de koude kleren zitten. Toch was het prachtig, om bij de vroeg fluitende vogels en de prachtige zonsopkomst (die was besteld) naar het centrum te fietsen. De symboliek van de morgen ontging me niet, ik voelde de hoop al door mijn aderen stromen.

Dominee

Met alle filmgear liepen we naar de Hoge Gouwe, waar we onze figuranten ontmoetten. Omwille van het ochtendlicht gingen we eerst buiten filmen. De figuranten, waaronder ik zelf, liepen een paar keer in opdracht over straat. Intussen kwam een buurvrouw langs die haar poedel uitliet; op verzoek wilde zij ook wel een paar keer meedoen. Ideaal! Maar het allermooiste moment was toen we binnen gingen filmen. De ‘voorbereiding voor vertrek’ scene. Net toen mevrouw de vitrage omhoog deed kwam de dominee voorbij en zwaaide spontaan. Hilarisch; sommige dingen bedenk je niet!
#Mensenmakendestad

De bakfiets

We kunnen ’s avonds niet overal vliegen, doorbreekt Hedwig ruw de dromerijen over de avondklokfilm. Oh, maar hoe doen we het dan, als we mooi stabiel bewegend beeld willen? Aha, de bakfiets!


Nog idealer, wist ik, is zo’n Riksja, waarmee vrijwilligers zorg cliënten rondrijden door de stad. Jammer genoeg bleek bij navraag dat we die alleen meekregen inclusief bestuurder. Dat leek me wat vervelend; ‘nog één rondje, meneer’. En dus kwamen we terug op de bakfiets. Een oproep op Facebook leverde de nodige aanbiedingen op. Toen kwam een vriendin van mij tussendoor die een bakfiets had staan. De mooiste operatie was dat ik daarvoor op mijn vouwfiets door de vrieskou naar Goverwelle fietste (geen trein, want twee dagen eerder had het zo gesneeuwd). Ik had bedacht dat de vouwfiets voorin de bakfiets mee terug kon. Zo ver kwam het niet, want ik kwam er op locatie achter dat het een tweewieler betrof. Om daar nu een volwassene voorin mee te vervoeren, dat leek Hedwig toch wat instabiel. Toegegeven, het is net even anders dan de twee kinderen die er normaal in zaten.

En dus ging de zoektocht verder. Toen iets later de schaatskoorts voorbij was en de sneeuw smeltende, vonden we via een contact van Hedwig een driewieler bakfiets. Een stevig exemplaar, vlak bij mij in de buurt, die we voor één avond leenden. Ik pikte hem op en opgetogen nam ik hem mee naar het centrum voor onze eerste opnames. Daar klauterde Hedwig met harnas en camera in de bak. Het werkte! En voelde hilarisch om zo rond te fietsen.

Omhoog was het wel pittig, maar wonder boven wonder hielden de fiets en mijn beenspieren (schaatser he!) het goed. Dan was er nog de drukte, het was ’s avonds allang niet meer zo stil als toen ik de inspiratie kreeg voor deze film. Als voor een skipiste stonden we te wachten bovenaan de Groenendaal tot de mensen weg waren. En toen lekker naar beneden sukkelen, de kuilen proberen te ontwijken, een beetje regelmatig fietsen. Het voelde heerlijk dat het eindelijk zo ver was. Hoe lang hadden we hier naar uit gekeken? We filmden voor! #Mensenmakendestad

De eerste avondklok (Mensen maken de stad)

Vanaf vandaag plaatsen Hedwig & ik om de dag een verhaal over onze korte film ‘Mensen maken de stad’. Met vandaag: hoe begon het eigenlijk?

21 uur, op de klok af. Ik vertrek vanaf de Anna van Hensbeeksingel, in Gouda. Zo gauw ik rechtsaf de Bleulandweg opdraai rijden me een politiebusje en motoragent tegemoet. Die laatste kijkt monsterend wat deze fietser op straat doet. Het is dan ook geen gewone zaterdagavond, Gouda is zojuist begonnen aan de eerste Nederlandse avondklok sinds de Tweede Wereldoorlog.

Aanhouding


De straten waren onnatuurlijk stil, wat zeg ik; uitgestorven, die bewuste avond, nu bijna twee maanden geleden. Op een enkele auto na was de Burgemeester Jamessingel leeg. De enige, uit de toon vallende passant, was een man voor het Driestargebouw die zijn hond uitliet. Opgewonden keek ik uit naar wat ik zou aantreffen voor het station en in het centrum. Zou ik worden aangehouden? Bij het plein naast de Cinema bleek al snel niets aan de hand. Maar aan de overkant van de straat was het raak; de eerste auto werd staande gehouden door de politie. Zo gauw de tocht verder ging drong tot me door dat dit niet zomaar een staande houding was. Is het normaal gesproken een unicum als je een agent een bon ziet uitschrijven. Nu was het een bizarre realiteit; iedereen kon vanavond worden aangehouden (moi incluis).

Lege straten

Toch was het niet het lege marktplein dat me inspiratie gaf om er iets mee te doen, de Kleiweg, of het plein voor het station. Het gevoel begon toen ik langs de Schouwburg fietste, de straat overstak, onder het spoor door. Ik zag dat alles hier voor niets was. Het was een merkwaardig idee, dat zonder mensen alles zijn functie leek te hebben verloren; een beetje alsof ik door een decor fietste. Het was toen ik even later over de Bloemendaalseweg reed dat ik de beelden voor het eerst voor me zag. Langzaam vliegend over lege, verlichtte straten, die doelloos in de stad liggen. Voor… wie weet waarvoor? Het zaadje was geplant.

Ons filmproject kan je steun goed gebruiken. Doneren kan op: https://www.inspiredbyinspiration.org/…/mensen-maken…/

Leven en laten leven: een ongebruikelijk tafereel

Het was een ongebruikelijk tafereel. Net had ik uit de papieren zak vijf spruiten gepakt en afgehaald toen ik op tafel van alles zag bewegen. Ik keek eens goed; pissebedden! Even keek ik vol afschuw naar de beestjes, die er compleet buiten hun gebruikelijke kader over het tafelblad liepen. En, het moet gezegd, die ik toch liever zag in de context van een opgelichte stoeptegel. Toen bedacht ik een list. Ik pakte een magnetronbakje en wipte de beestjes met behulp van een schutblaadje van een spruit in het bakje. Dat vond ik wel wat.
De spruitjes waren paars en kwamen uit onze tuin, de Warmoezerij. Daar had ik ze laatst per verrassing zien pronken aan de stam van een paarse plant, die tot dan toe in ieders beleving een rode kool was geweest. Hij was uit zichzelf opgekomen en niemand had er echt aandacht aan besteed. Nu had ik het kunnen weten, want de planten lijken veel op elkaar; de paarse spruit onderscheidt zich doordat hij meer de hoogte in gaat. Een collega vrijwilliger haalde de grootste vruchten eraf en gaf ze me mee naar huis.

Natuurlijk gedrag

Daar begon dus het bewuste afhalen. Bij de opvolgende spruitjes werd ik me er meer en meer van bewust dat ik de woning van een pissebed aan het ontmantelen was. Zo gauw het buitenste blaadje afviel liet ik het spruitje vallen, zodat de eventuele bewoner de benen zou kunnen nemen. Dat werkte aardig. Gaandeweg verzamelde ik steeds meer beestjes in het bakje. Het grappigste kwam toen ik er, eigenlijk onbewust, een paar schutblaadjes bij deed. Toen ik na een minuut in het bakje keek zag ik ineens geen beestje meer lopen. Pas als ik er licht mee schudde kwamen ze van onder het schutblaadje tevoorschijn. Mooi, natuurlijk gedrag.

Lieveheersbeestjes

Al handelend tuimelde mijn hoofd nog wat verder. Over hoe mooi het eigenlijk is dat we op de tuin een huis bieden aan deze en zoveel andere dieren. Dit was voor mij al het jaar van het insect; niet eerder keek ik zo gefascineerd naar al dat kleine leven op de planten en in de bodem. De lente begon met luizen, die we bestreden door lieveheersbeestjes over te zetten. Praktischer biologische bestrijding zou er niet meer langskomen. En nu, nu het seizoen voorbij was, zag hoe die ene, toevallige spruitenplant het thuis was van zoveel kleine beestjes. Dat maakte me blij.

Doodgespoten

Tot ik me realiseerde dat deze diertjes op spruitenplanten door heel Nederland, worden doodgespoten met bestrijdingsmiddelen. Vanuit het moment aan mijn keukentafel een onbegrijpelijke, andere wereld. Want natuurlijk was het niet heel fijn om op deze manier spruitjes af te halen, maar wie zijn wij om dieren op die manier hun habitat te ontnemen? En waarom kunnen we het niet gewoon samen doen, zij hun plekje aan de buitenkant, wij de spruitjes van de binnenkant. Hoe dat samengaat bewees ik een kwartier later. Nadat ik de pissebedden had uitgezet in een bloempot van verterend groen op het balkon was het namelijk etenstijd. De plek die net nog hun huis was lag nu dampend op mijn bord. Leven en laten leven, c’est ca!