Vroeg bezoek

Vandaag in deel III van onze korte filmblog: Vroeg bezoek

Mensen maken de stad. Dat is natuurlijk een film over de avondklok, maar vooral ook over dat wat er ontbreekt; mensen. Daarom besloten Hedwig en ik al snel dat we onze korte film licht wilden eindigen. Met die mensen dus. Die zich klaar maken om naar buiten te gaan, naar die wereld die plots weer open ligt. Waarin je weer ongebreideld anderen mag ontmoeten, mondkapjes verleden tijd zijn (?) en festiviteiten weer aan de orde van de dag.

Vroeg bezoek


Eigenlijk vroegen we hiervoor een groepje mensen, die allen hun deur uitstapten. Een creatieve montage deed dan de rest. Maar het was nog niet makkelijk om mensen zover te krijgen op zondagochtend, bij zonsopkomst (op dat moment rond half 8), ervan te overtuigen om te figureren. Alleen de echte ‘die hards’ bleven over, vrienden van Hedwig aan de Hoge Gouwe. Ook voor ondergetekende was het een uitdaging. Na drie ‘eerste werkdagen’, plus filmavonden, nu ook op zondag vroeg opstaan; dat ging me niet in de koude kleren zitten. Toch was het prachtig, om bij de vroeg fluitende vogels en de prachtige zonsopkomst (die was besteld) naar het centrum te fietsen. De symboliek van de morgen ontging me niet, ik voelde de hoop al door mijn aderen stromen.

Dominee

Met alle filmgear liepen we naar de Hoge Gouwe, waar we onze figuranten ontmoetten. Omwille van het ochtendlicht gingen we eerst buiten filmen. De figuranten, waaronder ik zelf, liepen een paar keer in opdracht over straat. Intussen kwam een buurvrouw langs die haar poedel uitliet; op verzoek wilde zij ook wel een paar keer meedoen. Ideaal! Maar het allermooiste moment was toen we binnen gingen filmen. De ‘voorbereiding voor vertrek’ scene. Net toen mevrouw de vitrage omhoog deed kwam de dominee voorbij en zwaaide spontaan. Hilarisch; sommige dingen bedenk je niet!
#Mensenmakendestad

De bakfiets

We kunnen ’s avonds niet overal vliegen, doorbreekt Hedwig ruw de dromerijen over de avondklokfilm. Oh, maar hoe doen we het dan, als we mooi stabiel bewegend beeld willen? Aha, de bakfiets!


Nog idealer, wist ik, is zo’n Riksja, waarmee vrijwilligers zorg cliënten rondrijden door de stad. Jammer genoeg bleek bij navraag dat we die alleen meekregen inclusief bestuurder. Dat leek me wat vervelend; ‘nog één rondje, meneer’. En dus kwamen we terug op de bakfiets. Een oproep op Facebook leverde de nodige aanbiedingen op. Toen kwam een vriendin van mij tussendoor die een bakfiets had staan. De mooiste operatie was dat ik daarvoor op mijn vouwfiets door de vrieskou naar Goverwelle fietste (geen trein, want twee dagen eerder had het zo gesneeuwd). Ik had bedacht dat de vouwfiets voorin de bakfiets mee terug kon. Zo ver kwam het niet, want ik kwam er op locatie achter dat het een tweewieler betrof. Om daar nu een volwassene voorin mee te vervoeren, dat leek Hedwig toch wat instabiel. Toegegeven, het is net even anders dan de twee kinderen die er normaal in zaten.

En dus ging de zoektocht verder. Toen iets later de schaatskoorts voorbij was en de sneeuw smeltende, vonden we via een contact van Hedwig een driewieler bakfiets. Een stevig exemplaar, vlak bij mij in de buurt, die we voor één avond leenden. Ik pikte hem op en opgetogen nam ik hem mee naar het centrum voor onze eerste opnames. Daar klauterde Hedwig met harnas en camera in de bak. Het werkte! En voelde hilarisch om zo rond te fietsen.

Omhoog was het wel pittig, maar wonder boven wonder hielden de fiets en mijn beenspieren (schaatser he!) het goed. Dan was er nog de drukte, het was ’s avonds allang niet meer zo stil als toen ik de inspiratie kreeg voor deze film. Als voor een skipiste stonden we te wachten bovenaan de Groenendaal tot de mensen weg waren. En toen lekker naar beneden sukkelen, de kuilen proberen te ontwijken, een beetje regelmatig fietsen. Het voelde heerlijk dat het eindelijk zo ver was. Hoe lang hadden we hier naar uit gekeken? We filmden voor! #Mensenmakendestad

De eerste avondklok (Mensen maken de stad)

Vanaf vandaag plaatsen Hedwig & ik om de dag een verhaal over onze korte film ‘Mensen maken de stad’. Met vandaag: hoe begon het eigenlijk?

21 uur, op de klok af. Ik vertrek vanaf de Anna van Hensbeeksingel, in Gouda. Zo gauw ik rechtsaf de Bleulandweg opdraai rijden me een politiebusje en motoragent tegemoet. Die laatste kijkt monsterend wat deze fietser op straat doet. Het is dan ook geen gewone zaterdagavond, Gouda is zojuist begonnen aan de eerste Nederlandse avondklok sinds de Tweede Wereldoorlog.

Aanhouding


De straten waren onnatuurlijk stil, wat zeg ik; uitgestorven, die bewuste avond, nu bijna twee maanden geleden. Op een enkele auto na was de Burgemeester Jamessingel leeg. De enige, uit de toon vallende passant, was een man voor het Driestargebouw die zijn hond uitliet. Opgewonden keek ik uit naar wat ik zou aantreffen voor het station en in het centrum. Zou ik worden aangehouden? Bij het plein naast de Cinema bleek al snel niets aan de hand. Maar aan de overkant van de straat was het raak; de eerste auto werd staande gehouden door de politie. Zo gauw de tocht verder ging drong tot me door dat dit niet zomaar een staande houding was. Is het normaal gesproken een unicum als je een agent een bon ziet uitschrijven. Nu was het een bizarre realiteit; iedereen kon vanavond worden aangehouden (moi incluis).

Lege straten

Toch was het niet het lege marktplein dat me inspiratie gaf om er iets mee te doen, de Kleiweg, of het plein voor het station. Het gevoel begon toen ik langs de Schouwburg fietste, de straat overstak, onder het spoor door. Ik zag dat alles hier voor niets was. Het was een merkwaardig idee, dat zonder mensen alles zijn functie leek te hebben verloren; een beetje alsof ik door een decor fietste. Het was toen ik even later over de Bloemendaalseweg reed dat ik de beelden voor het eerst voor me zag. Langzaam vliegend over lege, verlichtte straten, die doelloos in de stad liggen. Voor… wie weet waarvoor? Het zaadje was geplant.

Ons filmproject kan je steun goed gebruiken. Doneren kan op: https://www.inspiredbyinspiration.org/…/mensen-maken…/

Leven en laten leven: een ongebruikelijk tafereel

Het was een ongebruikelijk tafereel. Net had ik uit de papieren zak vijf spruiten gepakt en afgehaald toen ik op tafel van alles zag bewegen. Ik keek eens goed; pissebedden! Even keek ik vol afschuw naar de beestjes, die er compleet buiten hun gebruikelijke kader over het tafelblad liepen. En, het moet gezegd, die ik toch liever zag in de context van een opgelichte stoeptegel. Toen bedacht ik een list. Ik pakte een magnetronbakje en wipte de beestjes met behulp van een schutblaadje van een spruit in het bakje. Dat vond ik wel wat.
De spruitjes waren paars en kwamen uit onze tuin, de Warmoezerij. Daar had ik ze laatst per verrassing zien pronken aan de stam van een paarse plant, die tot dan toe in ieders beleving een rode kool was geweest. Hij was uit zichzelf opgekomen en niemand had er echt aandacht aan besteed. Nu had ik het kunnen weten, want de planten lijken veel op elkaar; de paarse spruit onderscheidt zich doordat hij meer de hoogte in gaat. Een collega vrijwilliger haalde de grootste vruchten eraf en gaf ze me mee naar huis.

Natuurlijk gedrag

Daar begon dus het bewuste afhalen. Bij de opvolgende spruitjes werd ik me er meer en meer van bewust dat ik de woning van een pissebed aan het ontmantelen was. Zo gauw het buitenste blaadje afviel liet ik het spruitje vallen, zodat de eventuele bewoner de benen zou kunnen nemen. Dat werkte aardig. Gaandeweg verzamelde ik steeds meer beestjes in het bakje. Het grappigste kwam toen ik er, eigenlijk onbewust, een paar schutblaadjes bij deed. Toen ik na een minuut in het bakje keek zag ik ineens geen beestje meer lopen. Pas als ik er licht mee schudde kwamen ze van onder het schutblaadje tevoorschijn. Mooi, natuurlijk gedrag.

Lieveheersbeestjes

Al handelend tuimelde mijn hoofd nog wat verder. Over hoe mooi het eigenlijk is dat we op de tuin een huis bieden aan deze en zoveel andere dieren. Dit was voor mij al het jaar van het insect; niet eerder keek ik zo gefascineerd naar al dat kleine leven op de planten en in de bodem. De lente begon met luizen, die we bestreden door lieveheersbeestjes over te zetten. Praktischer biologische bestrijding zou er niet meer langskomen. En nu, nu het seizoen voorbij was, zag hoe die ene, toevallige spruitenplant het thuis was van zoveel kleine beestjes. Dat maakte me blij.

Doodgespoten

Tot ik me realiseerde dat deze diertjes op spruitenplanten door heel Nederland, worden doodgespoten met bestrijdingsmiddelen. Vanuit het moment aan mijn keukentafel een onbegrijpelijke, andere wereld. Want natuurlijk was het niet heel fijn om op deze manier spruitjes af te halen, maar wie zijn wij om dieren op die manier hun habitat te ontnemen? En waarom kunnen we het niet gewoon samen doen, zij hun plekje aan de buitenkant, wij de spruitjes van de binnenkant. Hoe dat samengaat bewees ik een kwartier later. Nadat ik de pissebedden had uitgezet in een bloempot van verterend groen op het balkon was het namelijk etenstijd. De plek die net nog hun huis was lag nu dampend op mijn bord. Leven en laten leven, c’est ca!

David VS Goliath

Afgelopen weken bleek dat honderden mensen zijn gedupeerd door de belastingdienst, die ze heeft weggezet als fraudeurs van kinderopvangtoeslag. Onschuldige mensen die tegen de blinde muur aanliepen van een slecht functionerende overheid. In mijn werk zie ik hoe gekmakend het is om als burger te moeten vechten tegen een overheidsapparaat dat alleen regels kent en geen gevoel. Want dat geldt zeker niet alleen op landelijk niveau.

Doorgestoken kaart

Hoe lang het duurt voordat dit soort misstanden landelijk bekend worden is in de toeslagaffaire wel gebleken. Ik zie hoe de gemeente Gouda mensen op soortgelijke wijze op hun plek zet. In een van mijn onderzoeken bijvoorbeeld, over het pension aan de Goudse Livingstonelaan. Daar werden bewoners pas geïnformeerd over de komst van deze opvanglocatie toen de zaak al beklonken was. Ohja, leek de gemeente terloops te melden, ‘hier zullen mensen worden opgevangen met double of triple problematiek’: verslaafd, psychische problemen en/of zwakbegaafd. Dat de hele wijk hierdoor in opstand kwam mocht niet deren, de overheid is geduldig en ambtenaren zijn niet persoonlijk verantwoordelijk. Bovendien wonen ze niet op de plek die ter discussie staat. Zes jaar na opening van het pension won de gemeente de laatste rechtszaak bij de Raad van State en sloot het dossier. Eind goed, al goed, vond men. Bij het opvragen van de stukken kwamen al snel signalen naar boven die je de mond doen openvallen. Ik leg nu de laatste hand aan het onderzoek.

Turfmarktkerkaffaire

Op dit moment is het Goudse College verwikkeld in de uitermate onsmakelijke ‘Turfmarktkerkaffaire’. Deze week won de gemeente de slag om het nieuwe bestemmingsplan. Dat zij de eigenaar daarbij op oneigenlijke wijze, op allerlei manieren lijkt te hebben gedwongen, dat is slechts nevenschade. De man voert een gevecht waar hij niet om heeft gevraagd en is in de rol geduwd van een David die vecht tegen Goliath. Ook hier geldt, de overheid is geduldig, heeft diepe zakken en gebruikt alle registers die nodig zijn om zijn zin te krijgen. De gemeenteraad keek dit jaar tandeloos toe hoe het hele relaas zich voor hun ogen afspeelde, het AD schreef zich een slag in de rondte en zelfs Peter R. de Vries bemoeit zich er inmiddels tegenaan. Kafkaesk is een veelgebruikte term, maar ik vermoed eerlijk gezegd dat Kafka zich zou omdraaien in zijn graf als hij de feiten leest. Het bestuur blijft stoïcijns, de wethouder lachte vriendelijk om mijn vragen en stuurt de eigenaar de rekening. En de eigenaar? Die wil vooral de jaren terug waarin zijn kinderen opgroeien, terwijl zijn leven wordt beheerst door het gevecht met de overheid.

Fijne kerstdagen!

Daarin verschilt hij niet veel van de slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire, bij wie menige relatie sneuvelde door de claims van de belastingdienst. Het is dezelfde lange arm en hetzelfde wanbestuur waaronder deze mensen lijden. Als vertolker van hun verhaal lijd ik een beetje met ze mee en ik kan wel zeggen: mijn vertrouwen in een betrouwbare overheid heeft inmiddels een flinke knauw opgelopen. Ik kan alleen maar hopen dat het recht uiteindelijk zegeviert. Zelf heb ik gelukkig wel de pen in handen, waarmee ik erover kan schrijven voor de krant. Voor nu wens ik u namens de overheid fijne kerstdagen toe. Opdat u zich niet te veel zorgen maakt over deurwaarders, malafide wethouders en de belastingdienst.

De burgemeester, zijn kinderen en Thierry

Burgemeester

Glimmend keek de aanstaande burgemeester vanuit het middelpunt van de raadszaal naar de sprekers achter het katheder. Naast hem zijn vrouw en drie van zijn kinderen, waarbij de jongste thuis en nog een op komst. Laat het gelijk maar duidelijk zijn, we hebben het over een burgemeester uit SGP gelederen. Nog voor ik woensdagavond het persbankje kon bereiken liep ik dan ook bijna tegen Kees van der Staaij op, fractieleider uit het Haagse. Aan zijn linkerzijde een massa in het zwart gestoken aanhang, waar de man zich natuurlijk toe richtte.

Vier man sterk

Aanwezig vanavond, vier man van Weekblad deGouda. Wat kan ik dan nog toevoegen, had ik ’s middags op de redactie met gemengde gevoelens gezegd. Niets eigenlijk, was het eerlijke antwoord en ik bedacht me thuis te blijven. Maar naarmate de avond dichterbij kwam kreeg ik toch meer en meer het gevoel dat ik erbij moest zijn. Al was het maar om de borrel achteraf, waar bovendien bier van Goudasfalt werd geschonken. En dus nam ik plaats op de laatste lege stoel van de pers, even verderop twee van onze stagiaires groetend, die camera op een statief gereed hielden voor het maken van een video. Bijgestaan door de vierde man, burgerraadslid Theo, met de camera op de buik.

De kinderen en Thierry

Voor we echt begonnen kort de gang van zaken: ‘eerst komen de raadsleden binnen, dan zijn wij geacht om op te staan. Daarna volgt de familie’. En de glimmende raadsleden kwamen inderdaad binnen, om vervolgens statig achter hun stoelen te gaan staan in de halve maan van de zaal. Toen kwam de familie, de man zelf, zijn vrouw en de kinderen. En Thierry! Nooit geweten dat Thierry van Vugt (wethouder D66) in diepere leden familie was van Pieter Verhoeve, zei ik grinnikend ik tegen mijn buurman. Nee… Thierry was de man die de ambtsketting als loco-burgemeester binnenbracht.

Tijgerend door de raadszaal

De hele goegemeente nam plaats, wethouders tegenover ons, aan de andere kant van de raad, van der Staaij en de SGP afvaardiging weer achter hun. Links van me zag ik onder meer onze oude burgemeester Milo Schoenmaker en interim Mirjam Salet.

De camera zat nog onaangeroerd in mijn tas, maar naarmate mijn collega’s vaker opstonden begon ik me ook af te vragen of ik hier nog wat ging doen. Geen bloknoot voor me, geen programma, alleen de handen op een lege tafel. Bij ieder fotomoment naar links loerend of mijn collega’s al in touw waren om hem te maken. Toch de camera maar eens gepakt, even cool doen met je professionele spul op tafel, tegenover de kit-set van de eigen collega en dan aan de slag. Samen met zo’n zes anderen, sluipend door de zaal, om de raad heen, links en rechts. Ik had het vooraf nooit gedacht maar het is nog verdomd aardig om een beetje door de raadszaal te tijgeren. Me verstoppend achter een pilaar op mijn hurken, loerend en wachtend op het gouden moment. Om even later weer terug te vluchten naar mijn plaats.

Die streepjes uit beeld

Natuurlijk kan niet iedereen zo’n horde fotografen waarderen. Raadslid Jan de Laat, grijnzend of we ‘die streepjes uit beeld wilden halen’. Dat was de man met het gestreepte overhemd die, ongeacht aangewezen fotomoment of niet, continu rondliep door de zaal. Een kennis vertelde me later, dat op de live-stream waar ze het spektakel had gevolgd, ineens ‘tante Sidonia’ voor de burgemeester stond. Het duurde even tot ik begreep dat Marianka Peters werd bedoeld, en ja, dat was mij ook opgevallen en niet volgens de afspraak.

Mohandis

Achteraf hoopten de stagiairs op een kort video interview met de burgemeester, maar die stond aan de voet van een rij felicitanten tot in Verweggistan. Zij namen daarop maar een ijsje van David Gelato, ik probeerde het bokbiertje uit van mijn collega’s van Goudasfalt. En genoot van de grap dat veel mensen die ik over de telefoon heb gesproken niet weten hoe ik eruit zie. Zoals meneer (PvdA) Mohandis, die me ondanks zijn woedende telefoontje van begin dit jaar, nu in het voorbijgaan vriendelijk groette. Ik groette maar terug, grinnikte wederom en besloot me voor te stellen aan een ander, met wie ik wel een fijn gesprek had gehad. Maar of dat nou zo’n goed idee was?

Ontstaan vanuit verwondering

Ik was aan het schrijven aan de homepage van mijn website toen ik me afvroeg wat mij nu eigenlijk ten voeten uit beschrijft. Even ging ik terug naar een heuvel in het oosten van Duitsland. Op een kleine camping met magistraal uitzicht zat ik bij mijn tent. Het had geregend en de zon was inmiddels doorgebroken. Het gaf het uitzicht, dat tot dan toe zonnig was geweest, een nieuwe touch.

Dikke spiegelreflex

Naast mij was het buurstelletje net teruggekeerd. De vrouwelijke helft had een dikke spiegelreflexcamera bij zich, waarmee ze al snel opzichtig foto´s stond te maken. Dat zag er leuk uit hoor, net echt, en even ging er een steek van spijt door me heen. Mijn eigen dure materiaal lag namelijk keurig netjes thuis in de kast. In plaats daarvan had ik een Praktica meegenomen met een groothoeklens, om mijn analoge hobby te belijden. De pijn verdween snel toen en ik zag hoe ze zonder voorgrond stond te fotograferen, vanuit hoeken waar ik het nut ook niet van inzag. Nadat ik haar met een schuin oog had gadegeslagen en zelf een analoge foto had gemaakt, besloot ik tot een wandeling. Want, foto´s zijn leuk maar er is werkelijk niets dat op kan tegen een boswandeling na de regen. Onderweg schoot ik mijn favoriete analoge foto van de vakantie en tevreden ging ik eenmaal teruggekeerd over tot mijn avondeten.

Timelapse

Broodjes, want tussen de middag warm gegeten in het dorp beneden. Terwijl ik aan een picknicktafel zat te stoeien met de bolletjes, keek ik naar het tafereel voor me. Schitterend was het om de wolken, opkomend vanuit het dal, door de rij bomen te zien klieven om vervolgens over het boerenveld langs te drijven. Even concentreerde ik me op de bomenrij; dit zou gaaf zijn op video, bedacht ik. Ik besloot mijn telefoon tegen een pak drinken aan te zetten. Acht minuten stond hij te draaien terwijl ik, voorzichtig niet tegen de tafel te stoten, mijn broodjes verorberde.

En dat… dat is waar het filmpje begon. Niet op een heuvel met dikke technologie en een drang om over het uitzicht op te kunnen scheppen tegen anderen. Maar vanuit de stilstand van de verwondering, het feit dat je dit zelf moet vastleggen, gewoon omdat je zo onwijs gaaf materiaal maakt. De mogelijkheden van de videografie verkennend. Technologie als middel dus en niet als doel. En met als resultaat, een supergave timelapse van zo’n 10 seconden.

Dit ‘moeten maken’, begreep ik vanmorgen, is de drive van waaruit ik mijn werk het liefst doe. En het is arbitrair of ik dat schrijvend, fotograferend of filmend doe, want ik kan het allemaal. Ik wil die kracht in mij, die niet in het medium schuilt, gebruiken om jou te helpen. Dus… ‘zegt u het maar’!

Een wilde nacht (kort verhaal)

Ik keek naar de fernsehenturn en dacht terug aan het moment waarop ik voor het eerst uit het raam van ons hostel keek. Daar, jaren en jaren eerder liep alles zoals gepland. Ik bedoel, alles ging verkeerd, maar we hadden niets gepland. Met een beetje geluk van boven kwamen we weer thuis...

Terwijl ik een manier zocht om het bierglas van het café mee te nemen, werd de knoop van die nacht op tafel gelegd. Door vannacht te gaan stappen zouden we de mislukte nieuwjaarsnacht kunnen wreken, daar waren we het over eens. Aan de andere kant was de afspraak dat we de huurauto voor morgenmiddag vier uur zouden inleveren. Een duivels dilemma. De auto niet terugbrengen, dat kostte een extra weekend huur, maar hem wel terugbrengen zette een streep door de wilde nacht. En hoe vaak was je nou in Berlijn?

Tien uur later werden we wakker, ik voelde me alsof ik niet geslapen had. E. deed het gordijn opzij en keek uit het raam van het hostel, er dwarrelde sneeuw door de brede straat. Daar was ik niet zo blij mee. De verhuurder had ons ervan verzekerd dat er winterbanden onder de auto zaten, maar bij het ophalen in Capelle had ik daar nogal aan getwijfeld. Toch had ik niets gezegd, erop gokkend dat de man ons niet zo naar het land zou laten vertrekken waar winterbanden verplicht zijn. Op de binnenplaats kwam deel twee van de groep aanlopen. Nog uitzinnig over het feest waar ze vandaan kwamen, hielpen ze de auto sneeuwvrij maken. Blij als een kind en met zwierende armen schoven ze de dikke laag van het dak. Hun coördinatie verraadde flink wat biertjes en we leerden al snel dat dit te maken had met de mythische veertiende verdieping. Bij het aanhoren van de lyrische verhalen keek E. beteuterd voor zich uit. Wij tweeën hadden de knoop ontrafeld, maar we betaalden een hoge prijs; niet alleen hadden we het feest gemist, we moesten ook nog eens het hele eind terugrijden.

Eenmaal gereed draaiden we onze Opel Astra onder het hostel door en gingen op weg. Het sneeuwde licht, maar de weg leek goed begaanbaar, de thermometer op het dashboard gaf -2°C aan. Vanaf de achterbank vulde al snel een lachwekkend gekrakeel de auto. Even stond er een glimlach op ons gezicht, tot wij zagen hoe de witte vloed zich van boven begon te verdiepen. Dikke vlokken vielen uit de lucht en begonnen de straten om ons heen te bedekken. Bij het remmen voor een rood stoplicht reageerde de auto nerveus. Ik keek rond en zag hoe de sporen van onze voorgangers al bijna waren uitgewist. E. en ik keken elkaar aan, over de banden bestond geen twijfel meer: we waren genaaid. Zenuwachtig dwong hij de achterbank tot stilte, onder het dreigement de auto uit te worden gegooid. De eerste die de rust verbrak was ik zelf, omdat ik benieuwd was of ik niet ergens kon ontbijten… om half vijf ’s ochtends.

Als eerste skiërs op een vers besneeuwde piste reden we even later de snelweg op. Het sneeuwde nog altijd flink en voorzichtig schroefde ik de snelheid op tot zo’n 80 km/h. Eenzaam en alleen schoven we langs de slaperige flats van een buitenwijk, tot een knooppunt opdoemde. In een vlaag van nervositeit pakte ik precies de verkeerde afslag, over het viaduct naar het zuiden. Het isolement drong nu pas goed tot mij door. Om ons heen was niets anders dan wit: geen strooiwagens, geen andere auto´s, geen sporen, niks. De verantwoordelijkheid voor onze veiligheid drukte op mijn schouders.

‘We pakken gewoon de eerste afslag’, zei E. met gelaten stem. Doelloos reden we over de witte weg de verkeerde richting in. Gelukkig kwam die afslag snel in zicht, kon ik onze wagen de andere rijbaan opsturen en begon ik af te remmen. Tot mijn schrik reageerde de auto niet op de pedalen, de weg was te glad. Gelijk nam de coureur in mij het stuur over, zoals altijd in dit soort situaties. Heel lichtjes remmend probeerde ik weer contact te krijgen met de ondergrond. De strook was lang en eindigde in een scherpe bocht naar rechts, van uitstel van executie kon geen sprake zijn. Stroperig kropen de seconden voorbij en minderde de auto vaart. Mijn blik schoot van de snelheidsmeter, naar de weg en weer terug; 40km/u nog. De afdeling achterbank was bij gebrek aan gezang in slaap gevallen en had zich –geheel ten onrechte— overgeleverd aan hun discipel in de witte storm. Nog vijftig meter, zag ik, maar we reden nog te hard, die bocht konden we wel vergeten. Terwijl de weg onder onze banden rechtsaf sloeg, deed ik een schietgebedje. En die had effect: sneeuwschuivers hadden een sneeuwduin opgeworpen langs de wegkant. Met een slakkengangetje doken de voorwielen in het hoopje wit en kwam de auto een halve meter voor de vangrail tot stilstand. Mijn hart bonkte alsof ik een hardloopwedstrijd had gelopen, E. en ik haalden opgelucht adem. Op de achterbank ging een van de hoofden slaperig omhoog; heh, wat?    

Geen verhaal missen? Volg mijn blog!

Vruchtbare grond

Hands

Hoe belangrijk vertrouwen is voor je mensbeeld, voor hoe je de wereld om je heen ziet, dat bleek deze week maar weer eens. Ik ben goed van vertrouwen. Als ik met mijn goede fiets (oke hij is niet bepaald nieuw meer) op pad ben zonder slot en ik moet even de supermarkt in, dan twijfel ik niet om hem verdekt opgesteld, zo te parkeren. De kans dat hij meegenomen wordt is nihil, weet ik en ik vind het een fijne gedachte dat ik zo kan handelen. Hetzelfde geldt voor de fiets in de trein, het slot zit er alleen zodat de fiets stil blijft staan.

Mario

Sommige mensen dagen ook die mate van vertrouwen nog uit. Op vakantie was ik in Dresden zat ik bij air-bnb host Mario in huis. Een vrije, jonge vent van een jaar of 35, die toen ik aankwam net bezig was de band van z’n hippe racefietsje te plakken. Ohja, zei hij terwijl ik al op weg was naar de ingang; schrik niet, boven loopt een van mijn kinderen rond. Het raakte me hoe deze dertiger, die zelfs twee kinderen in huis had, iemand vanaf de eerste handshake zijn huis toevertrouwt. Twaalf uur later stapte hij de deur uit naar werk, zonder me ’s ochtends nog te zien.

Sta je dan, alleen in een totaal vreemd appartement. Pannetje zoeken, havermout maken. Het raam staat open, uitkijkend over de binnenplaats, waar de zon langzaam aan kracht wint. Ik hoor Duits verderop uit de wijk. Er is niemand die iets van me wil, de tijd staat stil. Dit had overal geweest kunnen zijn, denk ik; wanneer reis ik verder?

Beekbergen

Een ander voorbeeld zijn de mensen die ik ken in Beekbergen. Deze week werd ik gevraagd om met de jaarwisseling weer op hun huisje te passen. Ik kan me nog herinneren hoe de vorige keer een vriend op bezoek kwam en een beetje stil viel, duidelijk niet wetende wat hij van de situatie vinden moest. Hippies, was zijn oordeel nu; niet helemaal de typering die ik zocht. Ik vond het bij vertrek vanaf Apeldoorn lumineus, op de fiets op weg naar een huisje in het bos van mensen die ik slechts een keer ontmoet had.

Kloof

Dat is waar de kloof zich tussen ons openbaarde, want hoe treed jij een ander tegemoet? Ik geniet ervan als dat met zulk vertrouwen gebeurt. Ik denk dat ik mijn verblijf in Dresden niet snel zal vergeten, omdat het vertrouwen dat in mij is gesteld iets in me heeft veranderd. Aan de andere kant merk ik dat niet iedereen zulk vertrouwen voelt en juist op een basis van wantrouwen in de wereld staan. Dat levert een totaal ander beeld op van wat er om ons heen gebeurt en slaat een diepe kloof in een vriendschap. Ik wil wel toegeven dat wantrouwen soms handig zou zijn, bijvoorbeeld in mijn journalistieke werk, waar het lokale bestuur me gemakkelijk een rad voor ogen draait. Maar het is ook een basis voor haat en onverdraagzaamheid. Vertrouwen daarentegen is mooi, omdat het een vruchtbare grond biedt, waarop veel groeit. Het overbrugt het gat tussen het zaadje dat het idee is en het uitgevoerde plan. Als iedereen dat voelen zou, wat zou dit dan voor een wereld zijn?
 

Gevangenis zonder tralies (kort verhaal)

Haar gezicht betrok. De glans die zo even geleden nog in haar ogen had gelegen leek plotseling te zijn verdwenen. Ik merkte het niet meteen, omdat ik in mijn verhaal zat over het jeugdkamp met school. Terwijl ik met een lach de conclusie op tafel legde, waar het bestek lag te wachten op gebruik, nam ik de verandering waar. Met opengesperde ogen keek ze me aan, op tafel voor haar lag haar telefoon, open op Google Maps.

Ik schoot de ober aan, vroeg om de rekening voor onze drankjes en bedacht voor ons avondeten een plan B te zoeken. Eerst terug, schoot er door mijn hoofd, dat is nu het belangrijkste. Toen ik na het betalen weer buiten kwam, liep ze rondjes over de binnenplaats van het restaurant, als een patiënt die gewoonlijk opgesloten zit. Ik pakte haar hand beet voor haar gevoel van veiligheid en we wandelden terug naar onze kamer. Het was gelukkig niet ver, onze host zat twee straten verderop, midden in de wijk Kreuzberg. De straten ademden het leven in een ritme dat alleen de zomer bezit. Overal zaten groepjes mensen te genieten van de zwoele zomeravond. De gebouwen straalden de warmte van de dag uit, vlaggetjes tussen de panden markeerden de levensstijl van haar jonge bewoners. Niets hiervan leek binnen te komen bij mijn vriendin, die knijpend in mijn hand, zielloos over de voetpaden stapte. Haar ogen leken rusteloos, continu op zoek naar iets buiten haar, iets dat uiteraard onvindbaar was. Op de hoek van onze straat zat een groepje jongeren geanimeerd te praten, met een meewarige blik keken ze ons na.

Ik kreeg het idee voor deze reis toen ik Iris Penning luisterde, mijn favoriete Utrechtse singer-songwriter. Een tijd lang zong ze me dagelijks toe dat je als je iets wilt maar niet durft, het gewoon moet doen. Als je wilt leren zwemmen, moet je ‘duiken om te leren hoe je niet verdrinkt’, klonk er dan. Het nestelde zich in mijn hoofd, steviger dan ik doorhad. Een maand of wat later ontmoette ik op een datingsite Evelien, met wie ik gaandeweg bevriend raakte. Pas toen we elkaar voor het eerst zagen in haar woonplaats hoorde ik dat ze een vorm van pleinvrees had, agorafobie. Daardoor kon ze niet ver van huis. Een boodschap doen ging nog wel, maar zo gauw ze bijvoorbeeld op de trein stapte ging het mis. Alleen al het idee van te ver weg gaan leverde doodsangst op. Op weg naar huis moest ik denken aan die Duitstalige film, die Wand, waarbij de hoofdpersoon opgesloten zit in een schitterend berglandschap, maar achter een onzichtbare, ondoordringbare muur. De wereld als gevangenis zonder tralies. De onmacht en angst die daar bij Evelien uit ontsproten drongen door alles heen. Ik voelde het ook en ging op den duur mee helpen zoeken naar een oplossing. Om de cirkel van angst te doorbreken dacht ik aan exposure therapie; blootstelling aan de angst dus. Zij stemde in en zocht een geschikte therapeut.

Een half jaar later bevonden we ons bij de generale repetitie van het traject, samen op een air-bnb kamer in een hippe wijk van Berlijn. Deventer en Maastricht waren voorgegaan en hadden haar zelfvertrouwen zichtbaar vergroot. Voor haar was dit de reis om nog een keer met haar demonen af te rekenen. Ik was voorbereid en steunde haar zo goed en kwaad als het ging. Verblijf bij een air-bnb host die ik kende en avondeten op een veilige plek moesten helpen. De kamer zou haar veilige cel zijn, ondanks dat hij ver van haar eigen huis vandaan was. Hier kon ze zich opsluiten achter haar Wand, als het even niet anders kon.

Eenmaal terug bestelde ik twee pizza´s bij een bezorgservice en ging met een boek op bed zitten. Af en toe wierp ik een blik over mijn boek heen, om de uitdrukking van mijn vriendin te zien. Ze zat in lotushouding tegen de muur op een kussen en mediteerde. Naarmate de minuten vorderden leek er wat ontspanning in haar gezicht terug te keren. Toen we een half uur later hadden gegeten leek het haast alsof er niets gebeurd was. Ze wilde niet naar huis, vertelde ze beslist, dus ik stelde voor een rondje te lopen en vanavond kalm aan te doen. De zon die inmiddels achter de hoogbouw was verdwenen liet een milde temperatuur op ons stukje aarde achter. Arm in arm liepen we door de lange straten en vertelde ik haar over mijn boek. Dat ik in dubio zat over hoe het verder zou gaan met mijn bijpersoon; moest die nu sterven of juist in leven blijven? De wolk van creatieve suggesties die los kwam maakte ons melig. Het was heerlijk haar zo te zien lachen. Nog twee nachten, realiseerde ik me in het achterhoofd. Hoe gaaf zou het zijn om zonder brokken thuis te komen? Ik durfde het niet uit te spreken, dit was voer voor later. Na-grinnikend stonden we weer voor de voordeur. We trokken ons terug in de fijne kamer op de tweede. Binnen trok ik het gordijn dicht, zette een gedimd lampje aan, keek Evelien aan en… voelde een onbestemd gevoel in mijn maag. Was er iets met het eten?