Ontstaan vanuit verwondering

Ik was aan het schrijven aan de homepage van mijn website toen ik me afvroeg wat mij nu eigenlijk ten voeten uit beschrijft. Even ging ik terug naar een heuvel in het oosten van Duitsland. Op een kleine camping met magistraal uitzicht zat ik bij mijn tent. Het had geregend en de zon was inmiddels doorgebroken. Het gaf het uitzicht, dat tot dan toe zonnig was geweest, een nieuwe touch.

Dikke spiegelreflex

Naast mij was het buurstelletje net teruggekeerd. De vrouwelijke helft had een dikke spiegelreflexcamera bij zich, waarmee ze al snel opzichtig foto´s stond te maken. Dat zag er leuk uit hoor, net echt, en even ging er een steek van spijt door me heen. Mijn eigen dure materiaal lag namelijk keurig netjes thuis in de kast. In plaats daarvan had ik een Praktica meegenomen met een groothoeklens, om mijn analoge hobby te belijden. De pijn verdween snel toen en ik zag hoe ze zonder voorgrond stond te fotograferen, vanuit hoeken waar ik het nut ook niet van inzag. Nadat ik haar met een schuin oog had gadegeslagen en zelf een analoge foto had gemaakt, besloot ik tot een wandeling. Want, foto´s zijn leuk maar er is werkelijk niets dat op kan tegen een boswandeling na de regen. Onderweg schoot ik mijn favoriete analoge foto van de vakantie en tevreden ging ik eenmaal teruggekeerd over tot mijn avondeten.

Timelapse

Broodjes, want tussen de middag warm gegeten in het dorp beneden. Terwijl ik aan een picknicktafel zat te stoeien met de bolletjes, keek ik naar het tafereel voor me. Schitterend was het om de wolken, opkomend vanuit het dal, door de rij bomen te zien klieven om vervolgens over het boerenveld langs te drijven. Even concentreerde ik me op de bomenrij; dit zou gaaf zijn op video, bedacht ik. Ik besloot mijn telefoon tegen een pak drinken aan te zetten. Acht minuten stond hij te draaien terwijl ik, voorzichtig niet tegen de tafel te stoten, mijn broodjes verorberde.

En dat… dat is waar het filmpje begon. Niet op een heuvel met dikke technologie en een drang om over het uitzicht op te kunnen scheppen tegen anderen. Maar vanuit de stilstand van de verwondering, het feit dat je dit zelf moet vastleggen, gewoon omdat je zo onwijs gaaf materiaal maakt. De mogelijkheden van de videografie verkennend. Technologie als middel dus en niet als doel. En met als resultaat, een supergave timelapse van zo’n 10 seconden.

Dit ‘moeten maken’, begreep ik vanmorgen, is de drive van waaruit ik mijn werk het liefst doe. En het is arbitrair of ik dat schrijvend, fotograferend of filmend doe, want ik kan het allemaal. Ik wil die kracht in mij, die niet in het medium schuilt, gebruiken om jou te helpen. Dus… ‘zegt u het maar’!

Een wilde nacht (kort verhaal)

Ik keek naar de fernsehenturn en dacht terug aan het moment waarop ik voor het eerst uit het raam van ons hostel keek. Daar, jaren en jaren eerder liep alles zoals gepland. Ik bedoel, alles ging verkeerd, maar we hadden niets gepland. Met een beetje geluk van boven kwamen we weer thuis...

Terwijl ik een manier zocht om het bierglas van het café mee te nemen, werd de knoop van die nacht op tafel gelegd. Door vannacht te gaan stappen zouden we de mislukte nieuwjaarsnacht kunnen wreken, daar waren we het over eens. Aan de andere kant was de afspraak dat we de huurauto voor morgenmiddag vier uur zouden inleveren. Een duivels dilemma. De auto niet terugbrengen, dat kostte een extra weekend huur, maar hem wel terugbrengen zette een streep door de wilde nacht. En hoe vaak was je nou in Berlijn?

Tien uur later werden we wakker, ik voelde me alsof ik niet geslapen had. E. deed het gordijn opzij en keek uit het raam van het hostel, er dwarrelde sneeuw door de brede straat. Daar was ik niet zo blij mee. De verhuurder had ons ervan verzekerd dat er winterbanden onder de auto zaten, maar bij het ophalen in Capelle had ik daar nogal aan getwijfeld. Toch had ik niets gezegd, erop gokkend dat de man ons niet zo naar het land zou laten vertrekken waar winterbanden verplicht zijn. Op de binnenplaats kwam deel twee van de groep aanlopen. Nog uitzinnig over het feest waar ze vandaan kwamen, hielpen ze de auto sneeuwvrij maken. Blij als een kind en met zwierende armen schoven ze de dikke laag van het dak. Hun coördinatie verraadde flink wat biertjes en we leerden al snel dat dit te maken had met de mythische veertiende verdieping. Bij het aanhoren van de lyrische verhalen keek E. beteuterd voor zich uit. Wij tweeën hadden de knoop ontrafeld, maar we betaalden een hoge prijs; niet alleen hadden we het feest gemist, we moesten ook nog eens het hele eind terugrijden.

Eenmaal gereed draaiden we onze Opel Astra onder het hostel door en gingen op weg. Het sneeuwde licht, maar de weg leek goed begaanbaar, de thermometer op het dashboard gaf -2°C aan. Vanaf de achterbank vulde al snel een lachwekkend gekrakeel de auto. Even stond er een glimlach op ons gezicht, tot wij zagen hoe de witte vloed zich van boven begon te verdiepen. Dikke vlokken vielen uit de lucht en begonnen de straten om ons heen te bedekken. Bij het remmen voor een rood stoplicht reageerde de auto nerveus. Ik keek rond en zag hoe de sporen van onze voorgangers al bijna waren uitgewist. E. en ik keken elkaar aan, over de banden bestond geen twijfel meer: we waren genaaid. Zenuwachtig dwong hij de achterbank tot stilte, onder het dreigement de auto uit te worden gegooid. De eerste die de rust verbrak was ik zelf, omdat ik benieuwd was of ik niet ergens kon ontbijten… om half vijf ’s ochtends.

Als eerste skiërs op een vers besneeuwde piste reden we even later de snelweg op. Het sneeuwde nog altijd flink en voorzichtig schroefde ik de snelheid op tot zo’n 80 km/h. Eenzaam en alleen schoven we langs de slaperige flats van een buitenwijk, tot een knooppunt opdoemde. In een vlaag van nervositeit pakte ik precies de verkeerde afslag, over het viaduct naar het zuiden. Het isolement drong nu pas goed tot mij door. Om ons heen was niets anders dan wit: geen strooiwagens, geen andere auto´s, geen sporen, niks. De verantwoordelijkheid voor onze veiligheid drukte op mijn schouders.

‘We pakken gewoon de eerste afslag’, zei E. met gelaten stem. Doelloos reden we over de witte weg de verkeerde richting in. Gelukkig kwam die afslag snel in zicht, kon ik onze wagen de andere rijbaan opsturen en begon ik af te remmen. Tot mijn schrik reageerde de auto niet op de pedalen, de weg was te glad. Gelijk nam de coureur in mij het stuur over, zoals altijd in dit soort situaties. Heel lichtjes remmend probeerde ik weer contact te krijgen met de ondergrond. De strook was lang en eindigde in een scherpe bocht naar rechts, van uitstel van executie kon geen sprake zijn. Stroperig kropen de seconden voorbij en minderde de auto vaart. Mijn blik schoot van de snelheidsmeter, naar de weg en weer terug; 40km/u nog. De afdeling achterbank was bij gebrek aan gezang in slaap gevallen en had zich –geheel ten onrechte— overgeleverd aan hun discipel in de witte storm. Nog vijftig meter, zag ik, maar we reden nog te hard, die bocht konden we wel vergeten. Terwijl de weg onder onze banden rechtsaf sloeg, deed ik een schietgebedje. En die had effect: sneeuwschuivers hadden een sneeuwduin opgeworpen langs de wegkant. Met een slakkengangetje doken de voorwielen in het hoopje wit en kwam de auto een halve meter voor de vangrail tot stilstand. Mijn hart bonkte alsof ik een hardloopwedstrijd had gelopen, E. en ik haalden opgelucht adem. Op de achterbank ging een van de hoofden slaperig omhoog; heh, wat?    

Geen verhaal missen? Volg mijn blog!

Vruchtbare grond

Hands

Hoe belangrijk vertrouwen is voor je mensbeeld, voor hoe je de wereld om je heen ziet, dat bleek deze week maar weer eens. Ik ben goed van vertrouwen. Als ik met mijn goede fiets (oke hij is niet bepaald nieuw meer) op pad ben zonder slot en ik moet even de supermarkt in, dan twijfel ik niet om hem verdekt opgesteld, zo te parkeren. De kans dat hij meegenomen wordt is nihil, weet ik en ik vind het een fijne gedachte dat ik zo kan handelen. Hetzelfde geldt voor de fiets in de trein, het slot zit er alleen zodat de fiets stil blijft staan.

Mario

Sommige mensen dagen ook die mate van vertrouwen nog uit. Op vakantie was ik in Dresden zat ik bij air-bnb host Mario in huis. Een vrije, jonge vent van een jaar of 35, die toen ik aankwam net bezig was de band van z’n hippe racefietsje te plakken. Ohja, zei hij terwijl ik al op weg was naar de ingang; schrik niet, boven loopt een van mijn kinderen rond. Het raakte me hoe deze dertiger, die zelfs twee kinderen in huis had, iemand vanaf de eerste handshake zijn huis toevertrouwt. Twaalf uur later stapte hij de deur uit naar werk, zonder me ’s ochtends nog te zien.

Sta je dan, alleen in een totaal vreemd appartement. Pannetje zoeken, havermout maken. Het raam staat open, uitkijkend over de binnenplaats, waar de zon langzaam aan kracht wint. Ik hoor Duits verderop uit de wijk. Er is niemand die iets van me wil, de tijd staat stil. Dit had overal geweest kunnen zijn, denk ik; wanneer reis ik verder?

Beekbergen

Een ander voorbeeld zijn de mensen die ik ken in Beekbergen. Deze week werd ik gevraagd om met de jaarwisseling weer op hun huisje te passen. Ik kan me nog herinneren hoe de vorige keer een vriend op bezoek kwam en een beetje stil viel, duidelijk niet wetende wat hij van de situatie vinden moest. Hippies, was zijn oordeel nu; niet helemaal de typering die ik zocht. Ik vond het bij vertrek vanaf Apeldoorn lumineus, op de fiets op weg naar een huisje in het bos van mensen die ik slechts een keer ontmoet had.

Kloof

Dat is waar de kloof zich tussen ons openbaarde, want hoe treed jij een ander tegemoet? Ik geniet ervan als dat met zulk vertrouwen gebeurt. Ik denk dat ik mijn verblijf in Dresden niet snel zal vergeten, omdat het vertrouwen dat in mij is gesteld iets in me heeft veranderd. Aan de andere kant merk ik dat niet iedereen zulk vertrouwen voelt en juist op een basis van wantrouwen in de wereld staan. Dat levert een totaal ander beeld op van wat er om ons heen gebeurt en slaat een diepe kloof in een vriendschap. Ik wil wel toegeven dat wantrouwen soms handig zou zijn, bijvoorbeeld in mijn journalistieke werk, waar het lokale bestuur me gemakkelijk een rad voor ogen draait. Maar het is ook een basis voor haat en onverdraagzaamheid. Vertrouwen daarentegen is mooi, omdat het een vruchtbare grond biedt, waarop veel groeit. Het overbrugt het gat tussen het zaadje dat het idee is en het uitgevoerde plan. Als iedereen dat voelen zou, wat zou dit dan voor een wereld zijn?
 

Gevangenis zonder tralies (kort verhaal)

Haar gezicht betrok. De glans die zo even geleden nog in haar ogen had gelegen leek plotseling te zijn verdwenen. Ik merkte het niet meteen, omdat ik in mijn verhaal zat over het jeugdkamp met school. Terwijl ik met een lach de conclusie op tafel legde, waar het bestek lag te wachten op gebruik, nam ik de verandering waar. Met opengesperde ogen keek ze me aan, op tafel voor haar lag haar telefoon, open op Google Maps.

Ik schoot de ober aan, vroeg om de rekening voor onze drankjes en bedacht voor ons avondeten een plan B te zoeken. Eerst terug, schoot er door mijn hoofd, dat is nu het belangrijkste. Toen ik na het betalen weer buiten kwam, liep ze rondjes over de binnenplaats van het restaurant, als een patiënt die gewoonlijk opgesloten zit. Ik pakte haar hand beet voor haar gevoel van veiligheid en we wandelden terug naar onze kamer. Het was gelukkig niet ver, onze host zat twee straten verderop, midden in de wijk Kreuzberg. De straten ademden het leven in een ritme dat alleen de zomer bezit. Overal zaten groepjes mensen te genieten van de zwoele zomeravond. De gebouwen straalden de warmte van de dag uit, vlaggetjes tussen de panden markeerden de levensstijl van haar jonge bewoners. Niets hiervan leek binnen te komen bij mijn vriendin, die knijpend in mijn hand, zielloos over de voetpaden stapte. Haar ogen leken rusteloos, continu op zoek naar iets buiten haar, iets dat uiteraard onvindbaar was. Op de hoek van onze straat zat een groepje jongeren geanimeerd te praten, met een meewarige blik keken ze ons na.

Ik kreeg het idee voor deze reis toen ik Iris Penning luisterde, mijn favoriete Utrechtse singer-songwriter. Een tijd lang zong ze me dagelijks toe dat je als je iets wilt maar niet durft, het gewoon moet doen. Als je wilt leren zwemmen, moet je ‘duiken om te leren hoe je niet verdrinkt’, klonk er dan. Het nestelde zich in mijn hoofd, steviger dan ik doorhad. Een maand of wat later ontmoette ik op een datingsite Evelien, met wie ik gaandeweg bevriend raakte. Pas toen we elkaar voor het eerst zagen in haar woonplaats hoorde ik dat ze een vorm van pleinvrees had, agorafobie. Daardoor kon ze niet ver van huis. Een boodschap doen ging nog wel, maar zo gauw ze bijvoorbeeld op de trein stapte ging het mis. Alleen al het idee van te ver weg gaan leverde doodsangst op. Op weg naar huis moest ik denken aan die Duitstalige film, die Wand, waarbij de hoofdpersoon opgesloten zit in een schitterend berglandschap, maar achter een onzichtbare, ondoordringbare muur. De wereld als gevangenis zonder tralies. De onmacht en angst die daar bij Evelien uit ontsproten drongen door alles heen. Ik voelde het ook en ging op den duur mee helpen zoeken naar een oplossing. Om de cirkel van angst te doorbreken dacht ik aan exposure therapie; blootstelling aan de angst dus. Zij stemde in en zocht een geschikte therapeut.

Een half jaar later bevonden we ons bij de generale repetitie van het traject, samen op een air-bnb kamer in een hippe wijk van Berlijn. Deventer en Maastricht waren voorgegaan en hadden haar zelfvertrouwen zichtbaar vergroot. Voor haar was dit de reis om nog een keer met haar demonen af te rekenen. Ik was voorbereid en steunde haar zo goed en kwaad als het ging. Verblijf bij een air-bnb host die ik kende en avondeten op een veilige plek moesten helpen. De kamer zou haar veilige cel zijn, ondanks dat hij ver van haar eigen huis vandaan was. Hier kon ze zich opsluiten achter haar Wand, als het even niet anders kon.

Eenmaal terug bestelde ik twee pizza´s bij een bezorgservice en ging met een boek op bed zitten. Af en toe wierp ik een blik over mijn boek heen, om de uitdrukking van mijn vriendin te zien. Ze zat in lotushouding tegen de muur op een kussen en mediteerde. Naarmate de minuten vorderden leek er wat ontspanning in haar gezicht terug te keren. Toen we een half uur later hadden gegeten leek het haast alsof er niets gebeurd was. Ze wilde niet naar huis, vertelde ze beslist, dus ik stelde voor een rondje te lopen en vanavond kalm aan te doen. De zon die inmiddels achter de hoogbouw was verdwenen liet een milde temperatuur op ons stukje aarde achter. Arm in arm liepen we door de lange straten en vertelde ik haar over mijn boek. Dat ik in dubio zat over hoe het verder zou gaan met mijn bijpersoon; moest die nu sterven of juist in leven blijven? De wolk van creatieve suggesties die los kwam maakte ons melig. Het was heerlijk haar zo te zien lachen. Nog twee nachten, realiseerde ik me in het achterhoofd. Hoe gaaf zou het zijn om zonder brokken thuis te komen? Ik durfde het niet uit te spreken, dit was voer voor later. Na-grinnikend stonden we weer voor de voordeur. We trokken ons terug in de fijne kamer op de tweede. Binnen trok ik het gordijn dicht, zette een gedimd lampje aan, keek Evelien aan en… voelde een onbestemd gevoel in mijn maag. Was er iets met het eten?

Tweederangs burgers

The wall

Een verpletterende uitslag gisteren tijdens de deelstaatverkiezingen van Sachsen en Brandenburg: de Afd is in beide staten als tweede over de eindstreep gekomen, met 22,5% en 27,5% van de stemmen. In de Volkskrant stond al een aardig stuk over de redenen voor het rechtse stemgedrag in voormalig Oost-Duitsland. Zij noemden o.a. de hoge verwachtingen van democratie na de val van de muur, de onbekendheid van de voormalig socialistische staten met vreemdelingen en het gevoel tweederangs burgers te zijn.

Steden excelleren

Duidelijk is in elk geval dat er niets nieuws onder de zon is. Wie het archief van voorgenoemde krant erop naslaat komt een alarmerend stuk tegen over de verkiezing van 1999, waarbij de extreem rechtse DVU in het parlement van de staat Brandenburg dreigde te komen. Sinds de val van de muur is er enorm veel geld naar de deelstaten in het oosten gegaan. Het kon de ontvolking van het platteland niet tegengaan, maar feitelijk doen de grote steden het best goed. Er zitten talloze grote bedrijven in Leipzig en Dresden. Die laatste is zelfs een centrum voor IT bedrijven en chipbouwers, waaronder AMD. En ook de megafarmaceut GSK is er gevestigd. De universiteitsstad staat in de top 3 van meest leefbare steden van Duitsland. In Leipzig zijn behalve een universiteit ook fabrieken van Siemens, BMW en Porsche gevestigd. Ook hier louter positieve geluiden. In de gehele voormalige DDR is de werkloosheid sterk gedaald en benaderd die van het westen. Maar als het er zo goed gaat, waarom is er dan toch zoveel onvrede?

Chefs uit het Westen

Enerzijds vraagt dit om een ‘it’s the economy, stupid!’ leus, anderzijds zou ik die graag overboord willen gooien. Eerder lijkt het Oost-Duitsland van na de wende een gedesillusioneerd deel van het land te zijn geworden. De droom die er zoveel jaren leefde, en waarvoor zo hard is gestreden tegen de autoriteiten, bleek in werkelijkheid niet zo rooskleurig als verwacht. Met het oplossen in een vrije markteconomie en democratisch politiek stelsel hoopte men op gelijke kansen met de rest van het land. Maar die kwamen niet in de vorm die de mensen gewend waren; het leven werd niet langer door de overheid ingevuld. Bovendien stond het ook West-Duitsers vrij om zich naar het oosten te verplaatsen. Uit cijfers van de Volkskrant blijkt dat de landelijke ondernemingen liever een manager uit Hamburg of Hannover hebben, dan een uit Dresden. Slechts 1,7% van alle chefs in Duitsland komt uit het oosten en in het voormalige socialistische gebied zelf is dit 23%. Driekwart van alle chefs in Brandenburg en Sachsen is dus ‘import’. Meer werkgelegenheid is net zomin de oplossing voor deze scheefgroei als dat die helpt de vrouwenemancipatie te vergroten. Het economische argument is overigens deels wel van toepassing, maar het is vooral een indicator dat er iets mis is in de groei van dit deel van het land. In 2015 was het nominaal BBP per gewerkt uur in de voormalige BRD 46,8 euro, tegenover 33,8 euro in de voormalige DDR deelstaten.

Gezonde scholen

In Heerlen weten ze hier alles van. Nu zou je denken, dat is toch gewoon een Nederlandse gemeente? Klopt, maar wel een achterstandsgemeente, die decennialang heeft geteerd op de mijnbouw. De cultuur die hieromheen is ontstaan heeft trekken van die in Oost-Duitsland en laat zich moeilijker veranderen dan je denkt. Zo schreef de Volkskrant laatst over een gezonde scholen project, waarbij kinderen gezond te eten krijgen op school en veel leren bewegen. Het moet de negatieve spiraal doorbreken die hier van ouder op kind wordt doorgegeven. Die speelt zich af tegen een achtergrond van een andere levenshouding; vroeger zorgde de staat hier voor werk en sprak het leven voor zich. Er was verzuiling die je leven bepaalde, er was de baan in de mijn en je ging dood op je 45ste. De omslag die nodig was richting een eigen verantwoordelijkheid en een gezonde levensstijl, die is er nooit gekomen.

De moeilijkheden waar bewoners van Brandenburg en Sachsen tegenaan liepen in de nieuwe liberale BRD, had waarschijnlijk geen ossie zien aankomen. Sommige zaken, de werkloosheid, veranderen snel, maar het cultuurverschil en de spiraal van achterstand, die zijn niet zomaar doorbroken. Het maakt dat voor hen de zon niet hetzelfde schijnt; ze voelen zich nog altijd tweederangsburgers. Het is aan de conventionele partijen om hierop een antwoord te bedenken… voor de Afd ermee aan de haal gaat.

It’s the archive, stupid

In mijn tijd dat ik in de ruimtelijke ordening deed ik literatuuronderzoek. Dat klonk mooi, maar betekende in werkelijkheid niet meer dan dat je een rapport opzocht die als onderzetter kon dienen om je schoolprojectje op te bouwen. In het plan voor mijn huidige onderzoek lonkten het literatuuronderzoek en archiefonderzoek, al verwachtte ik er in de uitwerking wel meer van. Hier moesten echt zaken boven water komen waarvan Gouwenaars het bestaan niet afwisten.

Een paar maanden terug interviewde ik een bejaarde vrouw die wekelijks in het streekarchief dook om oude documenten (15e eeuw en ouder!) te digitaliseren. Ik leerde dat je daarvoor oude schrift moet leren lezen, de typografie uit die tijd. Wat ik me niet realiseerde was in wat voor een goudmijn de vrouw rondwaarde. Het streekarchief, dat was toch het domein van morsige oude mannetjes, die zuchtend micro-fiches ontcijferden voor hun gepensioneerde hobby? Dat leek het inderdaad, tot ik er deze week zelf indook. De vlotte, veel jongere medewerkers hielpen me op weg in het krantenarchief. Digitaal welteverstaan. De tijd dat je stof van dikke mappen af moest blazen om een eeuw te zoeken naar dat ene juiste artikel, die is wel voorbij. Nee, een zoekterm in de dikke balk op de pc is genoeg om tientallen krantenartikelen te vinden. Even het jaar 2004 selecteren en vliegt u maar!

Wat zich voor me uitrolde was niets minder dan een tijdlijn met krantenartikelen over het gewraakte sociaal pension in Gouda. Alleen voor dat jaar al zo’n twintig stuks. Of dat spannend is? Ja, ik kreeg er wel even de bibbers van toen ineens al mijn aannames over het onderwerp overhoop werden geschopt, als een olifant in een porseleinkast. Aan de andere kant; drie uur later had ik wel een complete reconstructie klaar. Gebouwd aan de hand van stukken in de voormalige Goudsche Courant, gecombineerd met informatie van wijkbewoners.

Natuurlijk moet je ook een beetje geluk hebben. Bijvoorbeeld met het ict defect dat me een alternatieve computer opleverde, een publiek exemplaar, verbonden met internet. Dit in tegenstelling tot de streekarchief pc’s, zo leerde ik later. En dus plantte ik alles zorgvuldig in mijn archiefmap op google drive om mijn digitale papiervoorraad aan te vullen. Mooi aan onderzoek doen, ieder stuk dat ik erin plaats, daar of elders, komt er alleen in terecht vanwege de meerwaarde. Zo zie je het bouwwerk zich voor je ogen langzaam opbouwen. Het opdiepen van artikelen uit het krantenarchief levert overigens geen ‘instant relief’ op. Het biedt een chronologische leidraad van gebeurtenissen en zo een basis voor het vervolg van mijn onderzoek. Een onmisbare draad die me hopelijk gaat helpen wel die meerwaarde te creëren.

Leuke verrassing van mijn zoektocht? Een artikel over overlast door hangjongeren in het Atlantispark. Het leek me sterk dat wij het op ons geweten hadden, terug in 2004, maar ik was er met vrienden geweest. Met een glimlach verliet ik de Choco. Op naar publicatie van ons overzichtsartikel! 

Automatisch bericht bij hitte: ik ben in het bos

Het is schroeiend heet wanneer ik de stationshal uit fiets. Hoewel avond en vlakbij zee, gaat de temperatuur nog moeiteloos over de 35 graden. De reis gaat naar een van de weinige nog koele wateren van ons grondgebied; de zee! Maar voor ik daar ben valt me iets anders op. Wanneer ik de Haagse ministeries achter me laat en de toegangsweg naar de stad passeer, kom ik in die andere koele omgeving terecht. Een plek die eigenlijk veel fijner toeven is dan het onbeschutte strand: het Haagse Bos. De temperatuur valt met minstens 5 graden en ik realiseer me dat dit is wat de stichting RioNed bedoelt met klimaatadaptatie.

Het zaadje werd geplant bij een gesprek met directeur Hugo Gastkemper van RioNed, tijdens een avond over klimaatadaptatie. Hij liet met behulp van een brochure zien welke maatregelen in de stad voor de meeste verkoeling zorgen. Bomen blijken verreweg het belangrijkste wapen. Met hun bladeren verdampen ze vocht en leveren ze schaduw. In het bos komt dit tot de optimale situatie, waardoor de bomen wel meer dan 5 graden verschil kunnen maken.

Hitte in de oude wijken

Op het hittekaartje van de gemeente Gouda kun je zien hoe de vlag er hier bij hangt. In het centrum en de jaren ’30 wijken niet zo best, zo zie je aan de helder oranje kleur. De versteende wijken zijn dichtbebouwd en hebben weinig groen, met als gevolg een hogere temperatuur (en slecht waterbeheer). Nu ligt Gouda op een aantal vlakken ongunstig, vergeleken met Den Haag. Zo heeft het geen stevige zandgrond, waarop het voor bomen goed toeven is en hebben veel bomen moeite om oud te worden op het zakkende veen. Maar het begint toch bij bewustzijn, nietwaar?

Kaart van de gemeente Gouda, de hete focuswijken zijn omcirkeld

15% groen moet tij keren

De prestaties van de laatste jaren zijn nog zeer matig, maar wat bewustzijn betreft zijn er stappen gezet. Onderzoek wees uit dat de omvang en kwaliteit van het bomenbestand in onze stad de afgelopen jaren is teruggelopen. Tegen de wens van het bestuur in. De stedelijke verdichting, waarbij binnen de stadsgrenzen boven uitleg in de polder gaat, is een belangrijke uitdaging van het groen. Daarom heeft de gemeente een, naar eigen zeggen revolutionaire, beleidsregel in stelling gebracht: bij nieuwbouwprojecten moet minimaal 15% van de oppervlakte groen zijn. Is dit echt niet mogelijk, dan kan compensatie worden aangevraagd, zodat het groen elders wordt gerealiseerd.

Ik begrijp ook wel dat je met groen in de stad niet het verschil kunt maken zoals bij een bos. Het moeilijke is namelijk dat je een historisch centrum niet kan veranderen in een bos. Ook is het onwaarschijnlijk dat we stukken van jaren ’30 wijken af zullen breken voor groen. Maar hoewel bomen in de stad een minder groot verschil maken, blijven ze de meest effectieve maatregel voor een leefbare stad. We roeien dus met de riemen die we hebben. Wie zich deze dagen afvraagt hoe het met deze hitte verder moet in de toekomst, kan de ventilator binnen eens verruilen voor het bos. Hier vind je de meest duurzame verkoeling die er is. Voor mensen die nog aan het werk zijn heb ik een boodschap; vanwege hitte ben ik tijdelijk in het bos.

Schrijven: werk of levensdoel?

Schrijven

Het lokaal deed denken aan het handvaardigheidslokaal uit mijn middelbare schooltijd. Schooltafels, schappen met verf, kwasten en handwerkgereedschap, hier en daar een van de trotse werkjes. Buiten –altijd buiten in mijn hoofd– keek de ruimte uit op een serie daken, een horizon van de stadsrail en populieren, in de lucht een licht wolkendek waar met een beetje geluk de zon later vandaag doorheen zou kunnen prikken. Een doorsnee zomerdag in 2012. Belangrijker was de mentale ruimte binnen de muren, beschermend en veilig. Dat was waar het allemaal begon, waar ik mijn eerste regels voorgelegd kreeg, om ze uit te bouwen tot een kort verhaal. In de proeftuin, zoals de begeleidster de vrijplaats voor creativiteit altijd noemde. Alles bleef hier binnen de muren, of hoefde in elk geval niet gelijk op Instagram of Facebook beoordeeld te worden. Ik moet daar nog weleens aan terugdenken als ik lees over het schrijfproces van gevierde schrijvers; het kindje is van jou tot op het moment aan het einde, waarop je het loslaat. Dan komt het ter wereld, dat innige, kwetsbare stukje van jezelf op papier. Deze verhouding maakt het mogelijk om je creatief vrij te voelen om op te schrijven wat nodig is. Het grootste gevaar van het creatieve proces is dat de rem erop gaat, uit vrees dat iets er niet mag staan. Voortijdig commentaar op je creatie kan die schakelaar ongewild omzetten.

Extase

Wat de magie van schrijven is beschreef Karl Ove Knausgard mooi in zijn interview uit 2013 in het programma ‘Boeken op Reis’ (Wim Brands). De extase van het schrijven, een soort manie waar je in terecht kan komen wanneer je volledig in de wereld van je pen terecht komt, dat is waar het om gaat. 24 uur schreef de man aan een stuk door over de verliefdheid op zijn huidige vrouw, vermoedelijk geen uitzondering in schrijversland. ‘Dat is waar iedere schrijver het om doet’, zei Knausgard dan ook. ‘En zo niet, dan ben je geen schrijver’. Het verleende de somber aangelegde Noor zingeving op die vele momenten waarop het leven er voor hem niet toe doet.

Toen ik terugdacht aan de korte verhalen die ik eerder schreef wist ik dat hij gelijk had. Ook toen had ik uren waarin niets anders meer bestond dan de wereld van mijn verhaal. Opgeslokt, verdoofd alsof ik in een soort trip zat, leefde ik in die parallelle wereld. Het is op zo’n moment niet dat je je af moet vragen wat er zou moeten gebeuren in het verhaal, nee, je bent er en hetgeen moet gebeuren gebeurt voor je ogen. Je bent een spectator, een toeschouwer van je eigen personages. Zo kwam het dat ik me tijdens het schrijven van een verhaal verwonderd zat af te vragen wat er vervolgens met mijn hoofdpersoon zou gebeuren.

Werk of levensdoel

Intussen huist ergens in mijn hoofd een laatje waarin werk iets is dat nu eenmaal moet gebeuren. Dat het oké is als ik er geen plezier aan beleef en ik me maar heb aan te passen. Maar hoewel het schrijven van fictie geld kan opleveren, is het in die zin geen werk; het is een persoonlijk levensdoel. Het gaat erom iets te maken waarmee je jezelf overstijgt; iets maakt dat groter is dan jijzelf. En het voelt zoveel sterker dan alle andere dingen in het leven, zelfs elementaire zaken, waarin veel liefde huist. Precies dat was de reden dat dezelfde Knausgard in een eerder boek, toen hij onder druk van een deadline zo’n manie indook, tegen zijn woedende vrouw (die hem dreigde te verlaten) zei; ‘ik doe het toch. Ga maar bij me weg, als dat is wat nodig is…’. Schrijven is voor mij het allerbelangrijkste om te doen en ik voel de verplichting aan mezelf om eraan te werken die taak te vervullen. Toch was er een ding uit het interview met Brands waar ik nog over twijfel. ‘Ik zou een arm afzetten als dat me een goede roman op zou leveren’. Leuk gevonden, maar het schrijft zo lastig…

Elke week iets wijzer: klimaatadaptatie in Gouda

‘Je bent nog op tijd’, schudt een gemeenteraadslid met een bekend gezicht me de hand. Het is woensdagavond, twee minuten voor half acht en de afdeling ‘klimaatverandering lokaal’ is samengestroomd in de raadszaal van Gouda. Een niet bestaande term voor de werkgroep van gemeenteraadsleden, de maatschappelijke organisaties, het met de gemeente samenwerkende ingenieursbureau Nelen en Schuurmans,  het Hoogheemraadschap en een stukje pers. Nou ja, radio Gouwestad en ik.

De spelers

Een jongeman van mijn leeftijd van het ingenieursbureau leidt de avond in. Het zijn de bekende verhalen: de wethouder voor me zit op haar tablet te scrollen over haar Facebook tijdlijn. Ik moet onwillekeurig denken aan de Tweede Kamer, waar kamerleden die dat doen zo’n ongeïnteresseerde indruk maken. Ik pak mijn telefoon er ook maar bij, want ik ben zelf tenslotte maar een toeschouwer. Het was even twijfelen geweest waar ik moest gaan zitten. De raadszaal bestaat uit een tweetal rijen met stoelen, in een halve maan rond de centrale spreekstoel geplaatst. Wijselijk heb ik achteraan plaatsgenomen, achter de twee rijen, waarvan later blijkt dat ze door de raadsleden en wethouder worden bezet. Er komt een voorstelrondje, heel kort, benadrukt de jongen. Ik hoor namen van mensen waarvan ik nog geen plaatje in mijn hoofd had. De voorzitter van de operatie steenbreek, ettelijke malen telefonisch gesproken. Een aantal bekende namen uit de gemeenteraad. Ha, de Marokkaans-Nederlandse vrouw die naar aanleiding van mijn artikel in de krant, anderhalve week geleden, lasterlijke mails stuurde aan de redactie is er ook. Ze heeft geen idee dat de schrijver van het stuk vijf meter verderop zit. Ik kan een lach niet onderdrukken.

Gouda’s rol

De verrassing van vanavond: de directeur van stichting Rioned houdt een praatje. Maar ook vrijwilliger bij onze krant en burgerraadslid Theo verrast me met zijn aanwezigheid; hij blijkt lid te zijn van de werkgroep klimaatadaptatie. Deze werkgroep is opgericht onder druk van het Rijk, want ook Gouda moet haar steentje bijdragen om het veranderende klimaat het hoofd te bieden. Er is een communicatieplan opgezet en Theo wijst aan dat we nog maar in het begin zitten. Vanavond is de stakeholdersbijeenkomst; iedereen levert input en de werkgroep gaat daarmee aan de slag.

Tijdens de eerste ronde koffie spreek ik de directeur van Rioned aan. Zij hebben een interessante brochure gemaakt, met daarop allerlei voorgestelde aanpassingen met hun effecten onder elkaar. Mijn vraag over de rol van bomen in de verkoeling van de stad, is daarop terug te zien met een grote stip (veel effect op verkoeling). Ik ervaar het als een buitenkansje de man te spreken, want als iemand er verstand van heeft is hij het.

Het centrum: waardeloos

Meest verbluffende idee van de avond is by far de ‘houdbaarheid van wonen in het Goudse centrum’. Al jaren loopt er een onderzoek van de gemeente en het waterschap. De huizen zakken, het waterpeil stijgt en de marges om de boel droog te houden worden steeds kleiner. Hoe moet dat in de toekomst? Er zijn wel oplossingen, klinkt in de groep, zoals de fundering vervangen voor een drijvende variant. Maar de kosten zijn immens. De hamvraag: zijn deze peperdure grachtenpanden dan wel waard wat er voor gevraagd wordt?

Het meest ludieke idee voor aanpassing aan zware regenval en droogte, is de herintroductie van de ‘sceptic tank’ in de tuin. 1000 tot 2000 liter regenwater opvangen, dat is wel wat anders dan een regenton! Een ideale oplossing voor zowel de regenval als droogte. Theo weet er wel een te staan; een idee dat ik meeneem naar begin volgende week, op de redactie.

Hoe de krant uw nieuws inkleurt

In de Volkskrant van 7 mei werden twee artikelen naast elkaar gepubliceerd: een over een crash met een Russische Soechoj en een over de neerstortende Amerikaanse Boeings. Het artikel over het Soechoj vliegtuig kreeg de titel: ‘Grote twijfel over Russische trots’ mee. Het stuk over Boeing ‘Issue met 737 Max 8 al jaar voor crash bekend bij Boeing’. Framing?

Chocoladeletters

Even de cijfers naast elkaar. Beide vliegtuigen zijn sinds hun presentatie twee keer neergestort. De Soechoj stortte tijdens de presentatie in Indonesië in 2012 neer en nam in zijn val alle 45 passagiers mee. Recent stortte het toestel na een blikseminslag in Rusland neer, 41 van de 78 passagiers kwamen om.
Dan de Boeing, eveneens een nieuw toestel. Deze stortte vorig jaar in Indonesië neer en nam 189 mensen mee in zijn val. Recent stortte het toestel in Ethiopië neer, waarbij alle 157 inzittenden om het leven kwamen.

Welk vervolg werd aan beide gegeven? In Rusland start nu een onderzoek naar de crash. De krant meldt dat wordt onderzocht of het aan het weer, de techniek, of aan menselijk falen ligt. Experts wijzen op slechte assemblage. Soechoj was het bedrijf dat in de Sovjet-tijd vooral bekend stond om zijn barre trackrecord in vliegrampen. Dit toestel zou daarin verandering moeten brengen, dus de link is niet vergezocht.

Het artikel over Boeing bericht van het feit dat de vliegtuigenbouwer al een jaar voor de Indonesische crash (de eerste van de twee), wist dat er iets mis was met het vliegtuig. Daar heeft zij niets mee gedaan. Al na die eerste zinnen spoken de Telegraafse CHOCOLADELETTERS mij door het hoofd; niets mee gedaan? Pardon? De 737 Max toestellen stortten neer nadat de neus door de autopilot rigoureus naar beneden werd gestuurd. Piloten kregen onjuiste gegevens door van de systemen, waardoor zij hierop niet konden anticiperen. Pas na de crash in Indonesië werden de instructies voor piloten aangepast. Voorzitter van de pilotenbond John Weaks: “Als ze het al wisten in 2017, waarom is er dan tot bijna het einde van 2018 gewacht met een aanpassing van de handleiding?”. Harde kritiek lijkt op zijn plaats.

Framing

De koppen van artikelen worden ingezet om de aandacht van lezers te trekken (volgens het AIDA marketingmodel). Vaak wekken ze een suggestie, doen ze een vingerwijzing, naar de schuldige van het slechte of opmerkelijke nieuws.

Het geval van het Amerikaanse en Russische vliegtuig is zo interessant omdat er heel verschillend wordt bericht over de feitelijke situatie. Dat heeft veel te maken met het land waarin dit nieuws zich afspeelt. Gaat het over Rusland dan hebben we associaties als: Poetin’s dictatuur, militaire agressie, MH17, spionage en andere politieke beïnvloeding. We grijpen een ramp met een voormalige Sovjet vliegtuigbouwer aan om smalend te lachen: ‘ha, zie je wel, die mensen doen wel alsof ze het kunnen, maar ze kunnen er nog steeds niets van’.

Als het gaat over Boeing, dan denken we aan Amerika: het ‘land of the free’, ‘the American Dream’, de bevrijders van ons land, democratie en wat al diens meer zij. We voelen een zeker vertrouwen versus de democratische orde in het land en kennen de uitstekende reputatie van Boeing. We gaan er dus spoorslags vanuit dat een van de belangrijkste Amerikaanse bedrijven handelt volgens onze regels van moraal en ratio. Ondanks dat een artikel als het bovenstaande recht de andere kant uit wijst, blijven we oordelen met mildheid. Boeing blijkt de ene na de andere doodzonde te hebben begaan (Al Jazeera, 19 mei: ‘Boeing admits flaws in 737 MAX simulator software after crashes’), maar de toon blijft gelijk.

‘Carry on people’

Wat we verwachten is dat achter de bühne, waar zowel bij de Russen als Amerikanen van alles gebeurt dat het daglicht niet verdragen kan, bij de Russen heel veel van het ergs gebeurt waar we over berichten. Want vroeger waren alle vliegtuigen van deze bouwer slecht. Boeing had een uitstekende reputatie en is van de Amerikanen, waarvan we verwachten dat het allemaal verder wel meevalt. Je ziet dat dit veel breder speelt. Niet om er al te ver over uit te wijden, maar we laten de Amerikaanse geheime dienst vrolijk rondlopen in onze Nederlandse veiligheidsgeheimen, we hebben ze nodig. In ruil daarvoor krijgen we te maken met chantage en intimidatie wanneer we niet handelen zoals zij dat voor zich zien (Iran, Afghanistan, JSF dossier, etc). De Russen? Die beschuldigen we van spionage omdat ze met een knullige auto met afluisterapparatuur in Den Haag worden gesnapt.

Kortom, het zal heel wat moeite kosten om het gestaalde positieve beeld dat we van Boeing hebben in het Westen te laten kantelen. De koersen van het bedrijf op de beurs zijn daarvan het bewijs; niets aan de hand mensen, carry on… carry on. Nee, voor zo’n kanteling zijn twee crashes niet genoeg. Daarvoor moet eerst uw complete wereldbeeld op zijn kop en van de krant hoeft u daarbij geen hulp te verwachten.